Van Lanschot advies kostte rentenier miljoenen

(bron Telegraaf.nl)
De chique Bossche bank Van Lanschot moet een ex-cliënt een voorschot van €500.000 betalen vooruitlopend op een schadevergoeding die mogelijk dik vijf keer hoger uitvalt. De man verloor zo’n €2,5 miljoen met beleggingen via de bank, maar moest wel een vermogen aan premies en provisies betalen.

De rijkemensenbank uit Den Bosch werd afgelopen week keihard terecht gewezen door Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, na een procedure van zes jaar die tot aan de Hoge Raad werd gevoerd.

Slachtoffer en eiser was een inmiddels 78-jarige man die in 1997 na 45 jaar werken zijn bedrijf had verkocht en de opbrengst ervan aanvankelijk had gestald bij ING. Toen zijn ING-huisbankier in 1998 overstapte naar Van Lanschot, verhuisde de ondernemer in ruste mee met zijn vermogen van €2,5 miljoen.
Zeer risicovolle futures

Maar in plaats van het vermogen veilig weg te zetten en rustig te laten renderen ten behoeve van een comfortabele oudedag, werd er onder begeleiding van de Van Lanschot beleggingsadviseur vooral gehandeld in zeer risicovolle opties en futures. Minder dan drie jaar nadat de man bij Van Lanschot klant was geworden, was op deze manier al meer dan de helft van zijn vermogen verdampt.

Voor Van Lanschot was dit echter nog geen reden om de zaken anders aan te pakken en hun cliënt te beschermen tegen nog meer verlies, zo blijkt uit het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden. Onder geruststellingen als ’we vechten ons wel terug’ en ’de markt herstelt zich wel weer’, wist de Van Lanschotbankier bank zijn klant zelfs zo ver te krijgen om nog €625.000 aan hypotheek te nemen op twee van zijn tot dan toe hypotheekvrije woningen.

Het geld werd op zijn beleggingsrekening gestort, waarmee vervolgens lustig werd doorgegokt totdat er van de €2,5 miljoen oorspronkelijke inleg nog slechts een paar honderd euro over was.

Provisiejagen
En terwijl het vermogen van de oud-ondernemer verdampte, profiteerde de bank dat het een lieve lust was, zo blijkt uit de uitspraak. In totaal verdiende de bank naar eigen zeggen voor €810.000 aan provisies voor transacties in futures, opties en aandelen. Dit kwam neer op 20% van het belegd vermogen. Het Hof vindt dat Van Lanschot zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan ’provisiejagen’.

Volgens het Hof heeft Van Lanschot de zorgplicht geschonden jegens zijn inmiddels bejaarde cliënt. In plaats van advies te geven dat paste bij een beleggingsprofiel van iemand van zijn leeftijd en inkomen, bleef de strategie zeer risicovol, zo constateert het Hof.

Een onafhankelijke deskundige gaat de komende tijd berekenen wat de totale schade is geweest waarvoor de bank aansprakelijk is. Volgens advocaat Hendrik-Jan Bos bedraagt de totale schade van zijn cliënt €3,3 miljoen.
Van Lanschot laat via een woordvoerder weten de uitspraak te bestuderen.

Wavin voorzichtig over 2012

Producent van buizen en leidingsystemen Wavin heeft aangegeven voorzichtig te zijn over de ontwikkeling in 2012. Wavin, dat wordt overgenomen door het Mexicaanse Maxichem heeft dit woensdag bekend gemaakt.

online adverteren www.m4n.nl


Wavin laat weten dat het sentiment in de markten waarin het bedrijf actief is enorm verschilt. In Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn de vooruitzichten niet heel positief. In Scandinavië, Duitsland, Polen en Turkije daarentegen ziet het er goed uit.

Het jaar 2011 begon als gevolg van de zachte winter goed voor Wavin. De daling van het consumentenvertrouwen had echter een negatieve invloed op het consumentenvertrouwen.

In 2011 was Wavin goed voor een omzet van ruim 1,3 miljard euro. Dit is een stijging van 7,8 procent ten opzichte van 2010. De nettowinst was 18 miljoen euro. Na correctie van eenmalige baten en lasten bleef hiervan 10,7 miljoen euro over. Wavin keert geen dividend uit als gevolg van beperkingen door een kredietfaciliteit.

Winst ASR een derde lager

De nettowinst van verzekeraar ASR bedroeg in 2011 212 miljoen euro. Dit is een afname van 33 procent ten opzichte van een jaar eerder. In 2010 was ASR nog goed voor een nettowinst van 317 miljoen euro.


Het resultaat werd gedrukt voor “de negatieve impact van de turbulentie op financiële markten”. Hierdoor heeft ASR minder verdiend met beleggingen. Ook de gevolgen van de compensatie voor woekerpolissen had een drukkend effect op de winst.

ASR-topman Jos Baeten: “Wij hebben bij klanten met een beleggingsverzekering het compensatiebedrag over het verleden in hun polis gestort en bovendien alternatieven voor hun huidige polis geboden”

ASR behoort tot de grootste verzekeringsconcerns van ons land. Het bedrijf heeft in 2010 bijna een miljoen klanten ingelicht over “eventuele compensatiebedragen”. Deze bedragen zijn volgens ASR ondertussen in polissen gestort of uitbetaald. Al met al gaat het om een bedrag van ongeveer 300 miljoen euro.

De bruto verzekeringspremies zijn in 2011 met 5 procent gedaald tot een totaal van 4,5 miljard euro. Een afname van de verkoop van koopsommen lag hieraan mede ten grondslag. Topman Baeten concludeert dat de totale levenmarkt in 2011 is afgenomen. ASR durft geen voorspellingen te doen voor 2012 als gevolg van de aanhoudende onrust op de financiële markten.

Prijzen producten industrie stijgen 5,5 procent

De afzetprijzen van de industrie waren in januari 2012 5,5 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. In december 2011 waren de producten in de industrie 6 procent duurder dan een jaar eerder.


De toename in de laatste maanden geleidelijk minder groot geworden. Dit blijft uit cijfers die vandaag door het Centraal Bureau van de Statistieken (CBS) gepubliceerd zijn.

De stijging van de prijzen waren in nagenoeg alle branches zichtbaar. De prijsstijging in de aardolieverwerkende industrie bedroeg 21 procent, tegen 17 procent een maand eerder. Een vat North Sea Brent olie was in januari 2012 19 procent duurder dan een jaar eerder. De gemiddelde prijs voor een vat was 86 euro. Dit is de hoogste prijs in decennia voor deze olie.

Wantrouwen ondernemers over bezuinigingen

Een meerderheid van ondernemers (55 procent) in ons land heeft weinig vertrouwen in de bezuinigingsplannen van minister Verhangen. Dit blijkt uit een onderzoek dat Intomart GfK heeft uitgevoerd in opdracht van BNR Nieuwsradio.

De uitkomst van dit onderzoek staan enigszins in contrast met eerdere uitspraken van Verhagen waarin hij aangaf dat hij ondernemers bij de bezuinigingen zoveel mogelijk wil ontzien en steunen. De ondernemers hebben de meeste moeite met bezuinigingen in de zorg.


Van de ondervraagden gaf ruim 64 procent te kennen dat deze sector bij bezuinigingen zou moeten worden ontzien. Over het algemeen geven de respondenten aan dat zij minder moeite hebben met een verhoging van de belasting op energiekosten en milieuvervuilingen als de belasting op arbeid daalt.

Ruim 40 procent van de Nederlandse ondernemers vreest niet voor de gevolgen van de huidige crisis. Van de ondernemers die zich wel zorgen maken, denkt nog geen derde dat zijn onderneming failliet zal gaan.

Vermogensbeheerders moeten zich richten op klantbehoefte en risicomanagement

De markt voor vermogensbeheer staat aan de vooravond van een structurele hervorming. Zwaardere concurrentie, veeleisende klanten en beperkte groei in de Europese en Amerikaanse markten dwingen vermogensbeheerders ertoe om een nieuwe koers te kiezen, willen ze winstgevend blijven. Alleen de aanbieders die zich focussen op hun kerncompetenties en een flexibele kostenbasis garanderen, zullen het redden in deze markt.Dit blijkt uit onderzoek van Roland Berger Strategy Consultants. In het licht van de recente onrust op de vermogensmarkt wordt ook de rol van de risicomanager steeds belangrijker, zo concludeert het strategisch adviesbureau.


Nauwelijks groei
Na de eerste financiële crisis in 2008, toen investeerders aanzienlijke verliezen leden en grote bedragen terugtrokken, steeg in 2010 het vermogen in beheer wereldwijd weer tot 76 biljoen dollar. De markt in de Verenigde Staten vertoonde echter een neerwaartse trend met een krimp van een procent per jaar en in Europa is er nauwelijks groei geweest. Met respectievelijk zeven en tien procent zit de meeste groei in de opkomende markten in Azië en het Midden-Oosten. Door de beperkte groei van de mondiale markt komen de marges onder druk te staan. “Om in te spelen op deze margedruk is het zaak dat vermogensbeheerders keuzes maken en zich richten op waar ze goed in zijn. Hiervoor zijn flexibele bedrijfsmodellen nodig,” aldus Mark de Jonge, partner van Roland Berger in Nederland.

Flexibele bedrijfsmodellen
Flexibele bedrijfsmodellen worden gekenmerkt door een toenemende mate van specialisatie binnen de waardeketen. Marktcycli worden immers steeds korter en de markt zal voorlopig nog onstabiel blijven. “Als de storm in de vermogensmarkt niet gaat liggen, zullen sommige aanbieders in grote problemen komen,” waarschuwt De Jonge. Middelgrote vermogensbeheerders zullen het moeilijk krijgen als zij honderden fondsen aanbieden en zichzelf niet alleen als aanbieder van traditionele beleggingen willen positioneren, maar ook als expert in alternatieven zoals private equity, hedge funds of onroerend goed. De Jonge: “Er is een trend naar niche aanbieders op een specifiek terrein van vermogen. In de toekomst zullen aanbieders zich ook meer moeten richten op hun kerncompetenties en zich compleet terugtrekken uit sommige categorieën vermogen. Daarbij dienen deze partijen zich te richten op de activiteiten in de waardeketen die zij echt beter kunnen uitvoeren dan een andere partij”

Grote vraag naar risicomanagement
Om de sterke concurrentie te overleven, moeten vermogensbeheerders zich nog meer richten op de individuele behoeften van hun klanten. De Jonge: “Klanten zijn tegenwoordig veel beter geïnformeerd over beleggingsmogelijkheden. Ze treden zelf professioneler op en zijn zich ook veel bewuster van de risico’s dan een aantal jaar geleden. Sinds de kredietcrisis hebben beleggers een sterke afkeer van risico’s gekregen. Het gaat niet alleen om rendement, maar steeds meer ook om behoud van kapitaal. Dat betekent dat de rol van risicomanagers steeds belangrijker wordt. Zij zijn degenen die moeten zorgen voor veilige standaarden voor beleggingsproducten en moeten helpen het vertrouwen weer op te bouwen tussen vermogensbeheerders en klanten.”

Bron: www.managersonline.nl

ABN Amro MeesPierson weer gekozen tot beste private bank

ABN Amro MeesPierson is voor de negende keer op rij door Euromoney verkozen tot de beste private bank van Nederland. Op de tweede plaats staat Schretlen & Co van de Rabobank, gevolgd door Van Lanschot Bankiers, UBS en BNP Paribas. De prijs is een jaarlijks initiatief van Euromoney. In het onderzoek geven banken zelf aan wie zij de beste dienstverlener vinden op het gebied van private banking op basis van een vragenlijst.


Systeemintegratie
In verband met de vertrouwelijkheid is het voor Euromoney bijzonder moeilijk om het onderzoek te houden onder de private banking-klanten zelf.

Frans van Lanschot, algemeen directeur ABN AMRO MeesPierson: ‘We zijn erg trots deze prijs voor de 9e keer te mogen ontvangen. Het is een prachtig compliment voor al onze medewerkers. Ook tijdens het jaar van de systeemintegratie.’

Kwaliteit relatiebeheer
ABN Amro MeesPierson wordt onder andere gewaardeerd om de kwaliteit van het relatiebeheer, de verscheidenheid in het productenaanbod en het portfoliomanagement.

Alleen in de vermogenscategorie van 500.000 tot 1 miljoen euro werd ABN Amro MeesPierson gepasseerd door Schretlen. In alle categorieën daarboven, wordt ABN Amro op de Nederlandse markt het beste gewaardeerd.

Bron: fondsnieuw.nl

Distributievergoedingen vaak nog onbekend fenomeen

Klanten van banken zijn nog grotendeels onbekend met het fenomeen van distributievergoedingen die fondshuizen aan de banken betalen om op het schap te komen. Dat de retrosessies wordt afgeschaft en vervangen door een adviesfee begrijpen klanten op zich wel. Maar het betekent echter wel dat zij daardoor hogere eisen zullen stellen aan de toegevoegde waarde van de bank.


Dat zegt Rob van Oostveen, directeur Private Investments van Van Lanschot Bankiers, over invoering van een adviesfee en de verwachte afschaffing van distributievergoedingen. Van Lanschot Bankiers bereidt zich al langer voor op de afschaffing van de retrosessies, die naar verwachting per 1 januari 2014 in gaat.

Onderzoek naar adviesfee
De Bossche bank heeft een onderzoek gedaan om een beeld te krijgen hoe klanten reageren op het introduceren van een adviesfee en het afschaffen van distributievergoedingen in advies (voor beheer is dat al het geval). Het onderzoek is gehouden onder klanten van de bank en klanten van andere banken.

Uit het onderzoek, dat bestond uit een kwantitatief en een kwalitatief deel, blijkt dat klanten veelal nog steeds niet weten wat distributievergoedingen zijn.

Vermogensregie
‘Als dat wordt uitgelegd, dan vinden ze het heel gewoon dat die distributievergoedingen worden doorgegeven aan de klant. Als dat niet zo is, irriteert ze dat’, zegt van Oostveen in een gesprek met Fondsnieuws.

Hoewel banken anders zouden willen, kwam uit het onderzoek naar voren dat klanten zich vaak van het proces van vermogensregie (due diligence, doelstellingengesprek, profielbepaling en samenstellen portefeuille) onvoldoende bewust zijn. Vermogensregie is sinds pakweg 2008/2009, mede onder druk van de kredietcrisis en de AFM, prioriteit bij alle banken.

Inhoud portefeuille
Volgens projectmanager Berry Debrauwer zien klanten beleggingsadvies nog steeds vooral als advies over transacties en de contactmomenten met de adviseur. ‘In de beleving van de klant gaat het vooral nog over de inhoud van de portefeuille.’

Bron: fondsnieuws.nl

Grote verschillen in kosten vermogensbeheer

Beleggers dromen vooral over het rendement. De beleggingsrisico’s krijgen al veel minder aandacht, om over de kosten van beleggen maar helemaal te zwijgen. Toch zijn kosten voor beleggers cruciaal, want zelfs een laag kostenpercentage kan grote gaten slaan in een beleggingskapitaal. Zeker als de rendementen tegenvallen. Dat sommige kosten ook nog eens verborgen blijven, helpt beleggers ook niet echt.

De minimale aandacht van beleggers voor de kosten, is niet vreemd. Jarenlang hebben aanbieders van beleggingsproducten geroepen dat het niet om de kosten draait, maar om het rendement dat er onderaan de streep overblijft. Ze hebben deels gelijk, maar waar de kosten bijna altijd vaststaan, moet je die mooie rendementen nog maar afwachten. Vooral beleggers die hun vermogen door derden laten beheren, door een vermogensbeheerder of simpelweg door een beleggingsfonds van een bank, moeten oppassen voor te hoge kosten.


Elke belegging brengt kosten met zich mee. Iemand die rechtstreeks aandelen, obligaties of derivaten op de beurs koopt, betaalt aan zijn bank transactiekosten. Bij aankoop en weer bij verkoop. Dat is nog te overzien. Bovendien zijn deze transactiekosten fors gedaald, als gevolg van de toenemende concurrentie van banken op dat vlak. Los daarvan brengen veel banken echter ook jaarlijks een bewaarloon in rekening, een vast bedrag of percentage per effectenpost.

Beheer
Veel particulieren beleggen echter in beleggingsfondsen of in speciale beleggingsproducten zoals garantiefondsen of turbo’s. Of laten hun geld door een vermogensbeheerder beleggen. De aanbieder/beheerder brengt voor zijn diensten, onder meer het nemen van de beleggingsbeslissingen, kosten in rekening. Bij de populairste producten, de beleggingsfondsen, liggen die kosten meestal zo tussen de 0,3 en 2,5%. Uitschieters zijn er vooral naar boven toe.

Of er jaarlijks 0,3 óf 2,5% aan kosten wordt ingehouden, maakt nogal een groot verschil. Bij een gemiddeld rendement van 8% per jaar levert een investering van €10.000 in het goedkope fonds na 5 jaar €14.490 op, het dure fonds strandt op €13.070. Een verschil van €1420! Bij een rendement van 0% – over de afgelopen vijf jaar nog best een hele prestatie – levert het goedkope fonds €9851 op, het dure fonds €8811. Dus hoewel er geen enkel rendement is gemaakt. betaalt u de beheerder wel €1189. Hoe langer de looptijd en hoe hoger het vermogen des te groter de impact van de kosten.

Kosten kunnen op die manier bij tegenvallende rendementen een flink extra gat in een beleggingskapitaal slaan. Zulke verliezen kunnen soms nooit meer goed worden gemaakt. Beleggers die scherp op de kosten willen letten, wordt het niet gemakkelijk gemaakt. Veel aanbieders hebben er nog steeds een handje van om niet alle kosten even transparant te maken. Vooral in ingewikkelde beleggingsproducten zitten verborgen kosten.

Verborgen
Wél zijn aanbieders alweer enkele jaren verplicht om de total expense ratio (TER) op te geven. Bij beleggingsfondsen vallen hieronder de belangrijkste kosten, zoals de beheerkosten. De TER omvat echter niet de transactiekosten van het fonds. Ook de distributiekosten zitten er niet altijd in verwerkt.

Van de transactiekosten kunnen beleggers wel indirect een idee krijgen, via de turnover rate van een fonds. Dat is een percentage dat aangeeft welk deel er jaarlijks van de portefeuille wordt ’ververst’. Hoe hoger het percentage, des te meer aan- en verkopen de beheerder dat jaar heeft gedaan en des te hoger de transactiekosten.

De distributiekosten betreffen de vergoeding, de kickback , die fondsen betalen aan banken die het fonds aan hun klanten verkopen. Stap je via een bank in een beleggingsfonds dan krijgt de bank die kickback, ongeacht of je als klant advies van de bank krijgt. Meestal bedraagt die kickback zo’n beetje de helft van de beheerkosten van een fonds. In ieder geval drukken ze op het fondsrendement zodat uiteindelijk beleggers deze distributievergoedingen indirect betalen. Het goede nieuws: Nederland stevent af op een verbod voor kickbacks. De kosten van veel fondsen kunnen dan omlaag.

Voor wie dat verbod niet wil afwachten, bieden indexfondsen nu al een voordelig alternatief. Deze beleggingsfondsen, ook wel etf’s of trackers genoemd, volgen een index door het indexmandje na te bootsen. De belegger krijgt daarmee het rendement van de index, het marktgemiddelde rendement, na aftrek kosten.

De kosten van een tracker liggen zo tussen de 0,3% voor de grote bekende indices tot 0,8% voor meer exotische indices. Die kosten zijn dus een stuk lager – er zijn geen dure analisten nodig die de beleggingsbeslissingen nemen – dan de kosten van actieve fondsen die een hoger rendement dan de index willen bereiken. Slechts weinig van die actieve beleggingsfondsen slagen daar ook in. De meeste presteren onder het marktgemiddelde.

Bron: www.telegraaf.nl/overgeld

Vermogensbeheerder Wijs & van Oostveen geeft uw portefeuille een rapportcijfer

Vermogensbeheerder Wijs & van Oostveen komt met iets nieuws: een rapportcijfer voor uw portefeuille. Dan weet u aan het begin van het nieuwe jaar meteen hoe uw portefeuille ervoor staat.

Voor het bepalen van het rapportcijfer hebben zij een model ontwikkeld. Dit model is gebaseerd op objectieve, breed in de financiële markt geaccepteerde criteria. Daarnaast kijkt het model naar een tweetal persoonlijke variabelen, namelijk uw risicoprofiel – defensief, neutraal of offensief – en uw doelstelling. Wilt u vermogensgroei realiseren, inkomsten verwerven uit uw portefeuille of een combinatie van beide?


Uw portefeuille wordt door het model gehaald. Vastgesteld wordt dan in hoeverre de beleggingen in uw portefeuille passen bij uw persoonlijke variabelen. Als u bijvoorbeeld een defensief profiel heeft, zijn de beleggingen in uw portefeuille daar dan voldoende op afgestemd? Maar net zo belangrijk is dat uw portefeuille aansluit op de actualiteit in de markt. Vervolgens komt er een rapportcijfer.

Het geven van het rapportcijfer werkt net zoals vroeger op school. Zit uw portefeuille uitstekend in elkaar en is er niets op aan te merken, dan wordt deze beloond met het hoogst haalbare, een 10! Maar schort het aan alle kanten en zijn er veel verbeterpunten, dan krijgt uw portefeuille een zware onvoldoende, een 2 of, zelfs nog lager, een 1!

Voor meer informatie: neemt u contact op met Wijs & van oostveen (www.wijs.nl)

Financiële lat vermogensbeheer bij grote banken en private bankers steeds hoger

Over de hele linie is zichtbaar hoe vermogensbeheerders bij (groot)banken en private bankers hun dienstverlening verschralen. Of het nu bij ABN Amro, Van Lanschot of ING is, overal gaat de lat voor echt persoonlijk beheer omhoog. Het mag zo onderhand een tendens heten. Vrijwel alle grote banken en private bankers verhogen de financiële lat voor hun (nieuwe) klanten of krimpen hun dienstverlening in, waaronder het vermogensbeheer.


‘Geloosd bij Van Lanschot’
Enige tijd terug maakte Schretlen, de Rabo-dochter bekend dat zelfs beleggers met een miljoen euro belegbaar vermogen over kunnen stappen naar moederbedrijf Rabobank. Maar eerder al haalden ABN Amro, dochter Mees Pierson, ING en zelfs Van Lanschot de voorpagina’s. Koppen als ‘Geloosd door Van Lanschot’, sierden de kolommen. De private banker had besloten, reeds medio 2009, dat de nieuwe instapdrempel op 1 miljoen euro kwam te liggen. Wie dat ‘vrije vermogen’ niet had, of als klant bij de bank door die bodem was gezakt, kon louter nog terecht bij het zogenoemde “Vermogensbeheer Select’ of ‘Vermogensbeheer A la Carte”, een dienst waar je bijna alleen maar in beleggingsfondsen belegt.

Banken volgden beweging Van Lanschot
Tussen de beslissing van Van Lanschot in 2009 en die van Schretlen waren ook de banken nog aan zet. ING, ABN Amro, Rabobank: allen verhoogden de lat. En ook hun dochterbedrijven zoals Mees Pierson (ABN Amro) en ook de eerdergenoemde Schretlen (Rabo) volgden die beweging. Bij Mees Pierson ben je pas welkom indien je een miljoen of meer hebt.

Verbloemen
Elk van de eerdergenoemde partijen probeerde het met een redelijk marketingapparaat enigszins te verbloemen: de conclusie dat de klant minder waar voor zijn geld kreeg en eerder werd geweigerd. Dan krijg je zinnen als ‘een expert kijkt met u mee’, ‘het vertrouwen van beheer terwijl u zelf handelt’. Opmerkingen over ‘(huis)fondsen’, ‘voor u geselecteerde fondsen’ en ‘pakketten beleggingen met een vaste spreiding’, werden niet geduid.

Met de bulk mee
Er werd niet bij gezegd dat de belegger afscheid moest nemen van beleggen in individuele aandelen, dat hij eerder met de bulk meeging. Actief en persoonlijk vermogensbeheer lijkt te kostbaar geworden voor de partijen die het aanbieden. Zij lijken te streven naar uniformiteit: handelen voor een (grote) groep klanten tegelijk en hen de informatie per groepsmail delen.

Bron: www.beleggingsflits.nl

Rabobank private banking komt met online fondsadvies

Rabobank heeft een adviesmodule op internet gelanceerd: Rabo Advies Beleggen fondsen. Deze module is bestemd voor mensen met vermogens vanaf € 80.000. Die worden bij de Rabobank tot de private banking-klanten gerekend.

De adviesmodule biedt klanten de mogelijkheid om via internet de beleggingen te volgen en de portefeuille aan te passen op basis van de online adviezen van de bank.


Doelrisicoprofiel
De portefeuille wordt samengesteld op basis van de rendementdoelstellingen en de risicobereidheid van de klant. Vervolgens worden die vastgelegd in een doelrisicoprofiel. De portefeuille wordt maandelijks getoetst. Indien de spreiding niet meer voldoet aan het doelrisicoprofiel, krijgt de klant advies hoe de portefeuille, en de geselecteerde fondsen, weer in evenwicht gebracht kunnen worden.

Online dienstverlening
De online dienstverlening biedt klanten de mogelijkheid om de samenstelling en de prestaties van de portefeuille real time te volgen. Ook is het mogelijk de prestaties in historisch perspectief te zien.

Hoewel het advies in beginsel online plaatsvindt, wil Rabobank dat de accountmanager periodiek de uitgangspunten en de ontwikkeling van de portefeuille bespreekt. Daar hoort ook de mogelijkheid van een-op-een gesprekken bij.De fondsen en de trackers waaruit klanten kunnen kiezen, zijn geselecteerd door het fondsenteam van Rabobank.

Kosten
De kosten bedragen een vast tarief van € 8 per maand en wordt maandelijks 0,08 procent in rekening gebracht op het in Rabo Advies Beleggen fondsen ondergebracht vermogen. Daarnaast betalen klanten ook de managementkosten van de fondsleveranciers.

Dat is 1 tot 1,5 procent voor actieve fondsen en 0,3 tot 0,7 procent voor de passief beheerde fondsen.

Vermogensmanagement
De Rabobank zegt dat online advisering deel uitmaakt van een grotere ambitie bij de bank. Zij wil in 2014 klanten de mogelijkheid van integraal vermogensmanagement bieden.

Dit is een vorm van doelbeleggen, waarin bij voorbeeld ook het pensioen en de hypotheek worden meegenomen.

Andere bankinstellingen die online beleggingsadvies geven zijn onder meer Van Lanschot Bankiers en ING.

Bron: www.fondsnieuws.nl

Beleggers ontevreden over hun vermogensbeheer

Veel particuliere beleggers verwijten hun bank passiviteit en gebrek aan deskundigheid. Dat blijkt uit marktonderzoek van De Vermogensmediair. De bezwaren van de beleggers zijn vooral het niet inspelen op marktontwikkelingen (41%), adviseren van dure huisfondsen (25%) en slechte communicatie (18%). Veel particuliere beleggers geven aan dat ze de afgelopen tijd grote bedragen verloren doordat hun bank niet ingreep terwijl de beurzen inzakten. Hun verliezen liepen in sommige gevallen in een paar maanden op tot 40%.


De Vermogensmediair onderzocht de markt van vermogensbeheer in Nederland. Het baseerde zich op enquêtes onder beleggers, interviews met vermogensbeheerders en op vakliteratuur naar dit onderwerp. Het onderzocht zowel het perspectief van de vermogensbeheerder als die van de particuliere belegger. Zo denkt 98% van de vermogensbeheerders dat zijn klant hem vertrouwt. In 33% van de gevallen is dat ook daadwerkelijk zo. De particuliere beleggers geven hun vermogensbeheerder over de afgelopen drie jaren gemiddeld een 4.5.

Bron: www.vermogensintermediair.nl

Negatief rendement vermogensbeheer eerste helft 2011

Globaal de helft van de in Nederland actieve vermogensbeheerders geeft geen inzicht in de resultaten. Van de partijen die wel openheid geven, laten vrijwel alle portefeuilles dit jaar een negatief rendement zien.Dat zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek dat Beleggers Belangen heeft uitgevoerd naar de rendementen van vermogensbeheer in Nederland.

Van de 45 vermogensbeheerders die Beleggers Belangen benaderde, gaven er 24 in enige mate inzicht in de beleggingsresultaten. Maar omdat deze rendementsoverzichten veelal niet verder teruggaan dan 2006, zijn hieruit geen representatieve conclusies te trekken over de lange termijn performance van beheerders in Nederland.

Wél wordt uit de opgaven van de vermogensbeheerders duidelijk, dat 2011 ook voor particuliere beleggers die (een deel van) hun vermogen laten beheren, een moeilijk jaar is. Vrijwel alle defensieve, neutrale en offensieve portefeuilles stonden eind vorige maand in de min. Resultaten van -10% tot -25% zijn daarbij geen uitzondering.

Crisisjaar
Uit het overzicht van de resultaten van elf beheerders vanaf 2006 blijkt ook hoe hard de cliënten van vermogensbeheerders in 2008 zijn geraakt. Over dat crisisjaar staan vrijwel alle portefeuilles in het rood, waarbij rendementen voorkwamen van -25% of zelfs -50%. In 2009 en 2010 hebben de meeste portefeuilles van in Nederland actieve vermogensbeheerders wel winsten met vaak dubbele cijfers laten zien.

Klachten
De slechte beleggingsresultaten over 2011 hebben bij Vermogensmonitor, een bureau dat zich bezighoudt met begeleiding en beoordeling van klachten en geschillen over financiële producten en diensten, nog niet geleid tot extra werk. Dat komt omdat de grootste verliezen in augustus zijn geleden en vermogensbeheerders de rapportages over het derde kwartaal nog aan hun cliënten moeten verzenden.

Lehman
‘Na de aandelencrash die het failliet van Lehman in september 2008 in de maanden daarop veroorzaakte, kwamen de meeste klachten bij ons ook pas in het eerste kwartaal van 2009 binnen’, zegt directeur Paul van Straaten van Vermogensmonitor. ‘Het zou zomaar januari kunnen worden voordat particuliere beleggers hebben besloten om hun beheerder aan te spreken.’

Lange termijn
Volgens Marien van den Heuvel van de Vereniging van Effectenbezitters zou de Autoriteit Financiële Markten vermogensbeheerders moeten verplichten één keer per jaar tijdens een vergadering voor alle cliënten verantwoording af te leggen over het beleggingsbeleid. ‘Ook zouden de schriftelijke rapportages niet alleen maar de resultaten moeten laten zien, maar ook uitleg moeten geven over de ontwikkelde beleggingsvisie op lange termijn.’

Rabobank verkozen tot beste private bank

Het jaarlijkse onderzoek van Incompany heeft laten zien dat de Rabobank als beste private bank van Nederland kan worden beschouwd. Met name de knowhow bij Rabobank is verbluffend is. Behalve in knowhow is de voorsprong van de bank ten opzichte van de concurrentie ook groot in de categorieën resultaat en prijs. Alleen ten aanzien van service moet zij haar eigen dochter Schretlen & Co voor laten gaan.

Rabo is de enige bank die in alle categorieën meer dan een 7 scoort. Over een periode van zeven jaar is Rabo ‘de duidelijke winnaar’, stelt Incompany dat met rapportcijfers laat zien hoe klanten over het adviesbedrijf denken. Het onderzoek vindt plaats onder beslissers uit het midden- en grootbedrijf.

Schretlen op twee

Op de ranglijst staat Schretlen & Co op de tweede plaats en het in Nederland opstomende Deutsche Bank Private Banking bezet de derde plaats.

Schretlen onderscheidt zich volgens het rapport door communicatie en vakkennis, terwijl Deutsche Bank hoog scoort op betrouwbaarheid, houding en eerlijkheid over de facturering.

Van Lanschot Private Banking staat op vier, terwijl zij in 2010 nog de winnaar was. Friesland Bank bezet de vijfde plaats. Klanten zijn volgens de Incompany-100 vooral ook tevreden over de kosten, terwijl ook het kennisniveau verbetert bij de Friese bank.

ABN in achtervolging

ABN AMRO Mees Pierson volgt pas op de zesde plaats. De grootste private bank van Nederland heeft een teleurstellend 2010 gehad, met een rapportcijfer 6,53, maar is volgens Incompany bezig met een organisatorische veranderingen die gunstig doorwerken.

Incompany schrijft: ‘Het gat van ABN AMRO MeesPierson tot de nummers twee en drie in de ranking is daardoor ineens overbrugbaar. Schretlen & Co (6,97) en Deutsche Bank (6,91) doen het dit jaar nog wel beter.’

Dringen in de subtop

‘Maar de marge is niet groot genoeg om er zeker van te zijn dat beide private banks ook volgend jaar boven ABN AMRO MeesPierson zullen staan. Het is dringen in de subtop, de zes private banks onder winnaar Rabobank zijn echt aan elkaar gewaagd.’

Wel waarschuwt Incompany dat het nog niet duidelijk is welke capaciteiten ABN AMRO Mees Pierson weer winnaar zouden kunnen maken. Knowhow, prijs en service zijn goed, maar de bank mist volgens Incompany capaciteiten waar het echt op uitblinkt.

UBS onder de maat

De plaatsen 7 tot en met 10 worden ingenomen door respectievelijk ING Private Banking, Theodoor Gilissen, Triodos en Staalbankiers.

Opvallend is dat Insinger de Beaufort in de top van de lijst ontbreekt, terwijl UBS Wealth Management – met uitzondering van communicatie – op alle onderdelen uitkomt op een rapportcijfer dat lager is dan een zes.

Beoordelingscriteria
Incompany peilt jaarlijks beslissers uit het midden– en grootbedrijf over de adviesbedrijven die ze inhuren, waaronder private banking. Blaauw Research deelt zestien rapportcijfers uit voor onder meer de verleende service, branchekennis, integriteit en prijs-kwaliteitverhouding.

Verhuizing vermogensbeheercliënten

In onderstaand artikel gaat Roger Broekhuizen van Helliot Vermogensbeheer BV uitvoerig in op de ingezette verhuizing van vermogensbeheer ‘old school’ naar vermogensbeheer ‘new school’.

Ja, de cijfers liegen er niet om: er is toch weer flink geschoven in de vermogensbeheer wereld. Natuurlijk is het marketingkanon Alex vorig jaar flink tekeer gegaan om het beleggend publiek naar zich toe te trekken. En dat is ze zeker gelukt, in het eerste kwartaal 2010 stond hun kapitaalteller voor vermogensbeheer op € 412 miljoen en heden op meer dan € 800 miljoen. Dat is maar liefst een verdubbeling.

Met name de kleinere beleggers die al jaren niet meer geserviced werden door de grootbanken, hebben enthousiast de overstap gemaakt. En bedenk eens hoeveel cliënten dat moeten zijn geweest bij een minimale instap van € 25.000. Dat moet toch wel zitten in het gebrek aan dienstverlening bij de grootbanken en de behoefte die er duidelijk wél was. Want echt heel goedkoop is Alex dan ook weer niet: als een cliënt 10% rendement behaalt, mag hij 1.9% inleveren aan beheerkosten.

Hofleverancier van vermogen

Maar niet alleen de kleine belegger heeft de overstap gemaakt, ook grote beleggers hebben zich gerealiseerd dat een nieuwe tijd is aangebroken in vermogensbeheerland. Dat blijkt uit de cijfers van BinckBank en dan met name de cijfers voor het onderdeel ‘Professional Services’ waar de vermogensbeheerders worden bediend. In het eerste kwartaal 2010 had dit onderdeel € 3.2 miljard in bewaring en in het eerste kwartaal 2011 maar liefst € 4.3 miljard.

BinckBank heeft in Nederland weinig concurrentie van depotbanken die de onafhankelijke vermogensbeheerders bedienen, de grootste en eigenlijk enige concurrent is Theodoor Gilissen. Gilissen mag dan ook worden gezien als hofleverancier van die dikke miljard die BinckBank rijker is geworden.

A giant leap

De verhuizing van beleggers was al een paar jaar geleden voorzien, beleggers hebben namelijk niet voor niets deze overstap gemaakt.

Allereerst heeft Binck met de automatisering ofwel software zo’n tien jaar voorsprong op zijn concurrenten. Waar de concurrentie nog met excell-sheetjes werkt bij transacties, handmatig zit in te kloppen en ze door traders laat uitvoeren op de beurs, heeft BinckBank software waar vermogensbeheerders zelf de transacties doen en alles automatisch wordt uitgevoerd en geadministreerd wordt voor de cliënt. Het overzicht voor cliënten in de inlogomgeving van BinckBank is daarbij vele malen helderder en uitgebreider dan bij de concurrentie.

De (transactie-) kosten bij zowel BinckBank als Alex Vermogensbeheer zijn helder en openbaar en voor de ogen van beleggers een stuk scherper dan bij de concurrent-depotbanken die er nog steeds in slagen niet openlijk de transactiekosten te communiceren. De tarieven van deze depotbanken worden door de vermogensbeheerders flink opgehoogd tot gemiddeld een prehistorische 0.5% tot wel 1% transactiekosten. De vermogensbeheerders vangen een flink deel van deze transactiekosten retour als verborgen inkomsten (kick-backs ofwel retourprovisies).

Openbaring van beheerkosten

De oude depotbanken beschermen hun partner vermogensbeheerders door schimmig te blijven over deze transactiekosten maar snijden zichzelf daarbij flink in de vingers omdat in de ogen van beleggers BinckBank dus vele malen goedkoper is maar ook beter in de service.

Ook de ‘oude-school’ vermogensbeheerders zijn dus verantwoordelijk voor deze massaverhuizing. Deze beheerders menen blijkbaar dat de beheerfee nog niet genoeg is en het doen van transacties niet tot hun standaard takenpakket behoort. Waar zij nog torenhoge tarieven ten koste van het rendement berekenen en er vooral niet eerlijk over zijn, communiceren de nieuwe beheerders duidelijke en zeer scherpe tarieven. Terwijl de kwaliteit en het portefeuillemanagement er stukken op vooruit gaat bij de nieuwe stijl vermogensbeheer.

Hoewel er bij BinckBank weliswaar ook nog vermogensbeheerders zijn die de transactiekosten verhogen, kan de belegger wél zelf vergelijken wat de netto-tarieven van Binck zijn en wat de vermogensbeheerder daar boven op rekent. De transactiekosten zijn immers bij Binck superhelder en bij de meeste beheerders ook.

Geen verandering professionals

Ook in 2011 is BinckBank weer uitgeroepen tot beste broker, met Lynx op een goede tweede plaats en Alex op de derde plek. Dat blijkt uit het IEX/Netprofiler Internet Brokeronderzoek 2011. Blijkbaar zijn beleggers dus zeer tevreden met deze partijen en zijn er geen concurrenten die in staat zijn beter te worden.

Banken zullen zeker met de huidige kredietcrisis, niet starten met omkijken naar de middelgrote beleggers. Een aantal banken geeft zelfs openlijk toe dat ze beleggers onder de miljoen niet meer kunnen servicen, hun overheadkosten (bonussen, leaseauto’s, kunstwerken, cultuurdagen, golfpartijen, etc.) zijn immers veel te hoog.

Bij traditionele vermogensbeheerders zal ook weinig veranderen, ze blijven tot het einde aan toe de kosten op historische niveaus houden en ze overal verbergen. Ze ‘moeten’ wel, om de marketing en zondagochtend optredens te kunnen bekostigen.

Wél verandering beleggers

De énige die er verandering in kan brengen is de belegger zelf. Wanneer hij of zij zich realiseert dat het niet gaat om de praatjes maar om het rendement. En zich realiseert dat bij traditionele vermogensbeheerders, de totale kosten onder de streep een groot deel van het rendement om zeep helpen of zelfs verlies opleveren.

Naar verwachting zal de miljardenstroom van verhuizende beleggers dan ook in 2011 en komende jaren flink doorstromen.

Bron: www.helliot.nl

Vermogensbeheerder Ohpen koppelt beleggingsbeleid aan duurzaamheidsindex Yale

Online vermogensbeheerder Ohpen koppelt zijn beheer in Nederland aan de duurzaamheidsindex van Yale aan zijn beleggingsuniversum. De index kent op basis van samenleving en ecosysteem een score toe aan landen. Bedrijven met een hoge duurzaamheidsscore krijgen een zwaardere weging in het Ohpen Groei Fonds.

Ohpen zegt in Nederland de eerste vermogensbeheerder te zijn die deze methodiek toepast.

In de EPI (Environmental Performance Index) van Yale zijn 163 landen opgenomen. Die landen worden op 25 criteria beoordeeld op het gebied van duurzaamheid. Zo kijkt de index bijvoorbeeld naar luchtkwaliteit, watermanagement, biodiversiteit en landbouwbeleid.
 
Openbreken
‘Naast een stabiele groei van vermogen is het belangrijk een balans te vinden tussen rendement en duurzaamheid’, zegt Chris Zadeh, oprichter van Ohpen: ‘Wij willen de bestaande financiële markt openbreken. Naast een eenvoudige kostenstructuur speelt duurzaamheid daar een belangrijke rol in.’

Aandelen uit landen met een hoge score in de Yale-index krijgen een zwaardere weging in het Ohpen Groei Fonds. Aandelen die slecht scoren worden afgebouwd.

Verschuiving van transactie- naar beheerprovisies bij Van Lanschot zet door

Gisteren heeft er een aandeelhoudersvergadering bij Van Lanschot Bankiers plaatsgevonden. Tijdens deze vergadering zijn ondermeer de financiële resultaten over het eerste kwartaal van 2011 gepresenteerd. Hieruit bleek dat de inkomsten van Van Lanschot Bankiers verschuiven van transactie- naar beheerprovisies.

Van Lanschot zag verder een stijging van het beheerd vermogen. Deze was vooral te danken aan een instroom van nieuw vermogen. Die instroom kwam zowel van particuliere als institutionele klanten. Een positieve ontwikkeling is volgens Van Lanschot de verdere stijging van discretionaire mandaten binnen het vermogensbeheer, dat door dochter Kempen wordt gedaan.

Het beheerde vermogen voor Private & Business Banking-cliënten bedroeg in het eerste kwartaal van 2011 34 procent. Het vermogen onder discretionair beheer was ultimo 2010 32 procent.  Ook bij de Belgische vestiging was sprake van een verdere stijging van het beheerd vermogen. 

Van Lanschot Bankiers overlegt thans met grootaandeelhouders over een mogelijke verkoop van hun belangen. Dat heeft bestuursvoorzitter Floris Deckers gisteren gezegd op de aandeelhoudersvergadering.

Verhandelbaarheid aandelen
Deckers gaf aan dat het Van Lanschot goed uitkomt als de verkoop door grootaandeelhouders de verhandelbaarheid van het aandeel Van Lanschot vergroot. ‘Dat is iets waar wij heel erg indringend naar streven en waar we ook met hen over praten. Maar het zijn hun stukken’, stelde hij.

Het overgrote deel van de aandelen Van Lanschot is nu in handen van enkele grote investeerders, zoals Delta Lloyd, Friesland Bank en de familie Van Lanschot. Slechts 13 procent wordt vrij verhandeld aan de beurs. De grootaandeelhouders zouden hun belangen willen afstoten.

Van Lanschot vraagt daarbij expliciet aan Friesland Bank gevraagd om het belang terug te brengen. Friesland Bank heeft eerder aangegeven een deel van zijn 23 procent-pakket te gaan verkopen.

Overnameplannen
Van Lanschot zou kapitaal kunnen gebruiken om uitbreidingsplannen te financerien. Deckers zei eerder dat de bank interesse heeft in Theodoor Gilissen.

(Bron: Fondsnieuws.nl)

Hoe kiest u uw vermogensbeheerder?

Vandaag verscheen er op www.beursduivel.be een artikel van Jochem Baalmann over factoren die een rol (moeten) spelen bij het kiezen van een vermogensbeheerder. Boodschap van zijn artikel is dat de factor kosten een belangrijke rol speelt, maar dat hierbij ook andere aspecten in overweging moeten worden genomen.

Woekerpolissen, aandelenleaseproducten en andere wanproducten hebben het vertrouwen in de financiële sector geen goed gedaan. Consumenten voelen zich over het algemeen belazerd, zo bleek eind vorig jaar uit een enquête van MarketResponse. Aan de andere kant hebben de affaires ook het kostenbewustzijn vergroot. Menig belegger weet inmiddels dat kosten een behoorlijke hap uit het rendement kunnen nemen.

Kosten

Het volgende voorbeeld onderstreept dit nog eens. Een beleggingsportefeuille van € 100.000 zal bij een brutorendement van 8 procent en jaarlijkse kosten van 1 procent na 25 jaar zijn aangegroeid naar € 542.743. Maar bij jaarlijkse kosten van 1,5 procent zou het eindkapitaal zijn blijven steken op € 482.770 euro. Een aanzienlijk verschil van € 60.000.

Wie op zoek is naar een vermogensbeheerder doet er dus verstandig aan om de kosten goed in kaart te brengen. Probeer daarbij wel alle kosten mee te nemen, dus inclusief transactiekosten, bewaarloon, administratiekosten en andere verborgen posten. Want veel vermogensbeheerders en banken zijn daar schimmig over. Maar er zijn nog veel meer criteria die bij het kiezen van de juiste vermogensbeheerder aan de orde moeten komen en die wat mij betreft net zo zwaar wegen.

Onafhankelijk

De meeste particulieren laten hun vermogen door hun eigen ‘huisbank’ beheren. Dat is lekker makkelijk. Maar bedenk dan wel dat u vooral huisfondsen en andere producten van eigen makelij in uw portefeuille krijgt. Dit staat een onafhankelijk beleggingsbeleid in de weg, want de bank ziet u vooral als een afzetkanaal. Sommige vermogensbeheerders zijn overigens gelieerd aan grote banken of andere partijen, zodat ook dan van onafhankelijkheid geen sprake is.

Deskundigheid

Dat een vermogensbeheerder deskundig moet zijn spreekt voor zich, maar dat is lang niet altijd zo vanzelfsprekend als gedacht. Kijk dus goed naar de reputatie en het track record van het kantoor. Welke resultaten zijn in het verleden behaald en welke benchmark wordt gebruikt? Een overwegend internationale aandelenportefeuille tegen de AEX-index afzetten, is appels met peren vergelijken.

Strategie

Beperkt de vermogensbeheerder zich tot een value- of juist een groeistrategie? Of speelt hij vooral in op belangrijke trends? Als er een standaard manier van werken is, dan heb je soms de wind mee maar ook soms hard tegen. Dat is dus iets om in de gaten te houden. Hoe wordt er belegd? Alleen in beleggingsfondsen, trackers of individuele titels of in een combinatie daarvan? Soms kost een transactie niets, maar krijgt men wel producten en fondsen in de portefeuille. Wordt er kwantitatief, modelmatig, belegd of denkt men zelf nog na?

Communicatie

De zorg over uw vermogen vertrouwt u niet aan iedereen toe. Persoonlijk contact is wel het minste wat u mag verwachten van een goede vermogensbeheerder. Niemand zit te wachten op drukke call centers of keuzemenu’s. Is er überhaupt wel een kantoor waar u ontvangen kan worden? En wie zit er dan tegenover u? Vaak genoeg moet u het doen met een zogenaamde adviseur en krijgt u de mensen die uw portefeuille beheren niet te spreken. Ook de rapportage is belangrijk. Krijgt u een keer per maand een overzicht van uw beleggingen of heeft u dagelijks online inzicht in uw portefeuille?

Kortom, een zorgvuldige selectie van een vermogensbeheerder is een tijdrovend proces. Maar wie goed beslagen ten ijs komt en ook verder kijkt dan alleen de kosten, voorkomt teleurstellingen achteraf.

(Bron:www.beursduivel.be)

Inkomsten Robeco afkomstig uit beperkt aantal fondsen

Uit gegevens van vermogensbeheerder Robeco blijkt dat bijna de helft van alle fee-inkomsten van Robeco afkomstig is van een beperkt aantal fondsen. Zo is maar liefst 39 procent van alle inkomsten uit fees afkomstig van de managementfees van vijf fondsen. Harbor International Fund is goed voor 16 procent van de fee-inkomsten.

Transtrend products neemt 9 procent voor zijn rekening, Harbor Capital Appreciation Fund 5 procent, Het Robeco-fonds 5 procent en het Robeco Emerging Markets-fonds 4 procent. De managementfees van alle andere retail- en institutionele fondsen en mandaten bij elkaar waren goed voor 45 procent. Robeco heeft wereldwijd zo’n 800 fondsen.  
 
Performancefees, waarvan 99 procent afkomstig is van Transtrend, waren daarnaast goed voor 10 procent van de fee-inkomsten. De overige 6 procent van de inkomsten waren afkomstig uit overige fees.
 
In totaal had Robeco in 2010 € 932,8 miljoen aan inkomsten uit fees. In 2009 was dit nog  € 665 miljoen. Het verlies van € 11 miljoen in 2009 boog dan ook om in een winst van € 181,3 miljoen in 2010.

De inkomsten die Robeco uit een beperkt aantal fondsen krijgt, past in een industriebrede trend waarin steeds meer geldt dat de ‘winner takes all’.

Ohpen: geautomatiseerd vermogensbeheer

Het is voor een belegger nauwelijks mogelijk om outperformance te realiseren door in actieve beleggingsfondsen te beleggen’, oordeelt Chris Zadeh van vermogensbeheerder Ohpen.

‘Verschillende onderzoeken tonen dat ook keer op keer aan. Dus waarom al die moeite en al die mensen en al dat geld? Een klant wil alleen maar weten: Wat is mijn rendement? Welk risico loop ik dat ik geld verlies? En wat kost het advies me?’ zegt Zadeh in een gesprek met Fondsnieuws.nl.

Volledig geautomatiseerd
Het beleggingsproces bij Ohpen is volledig geautomatiseerd, er komt geen mensenhand aan te pas. Zadeh, die eerder aan de wieg stond van onlinebroker Binckbank, heeft daarvoor met een aantal collega’s een eigen computermodel ontwikkeld.

Dat model staat aan de basis van het met Michel Vrolijk opgezette Ohpen.

Als uitgangspunt voor het beleggingsmodel dient de Moderne Portefeuille Theorie van Markowitz en Sharpe. Volgens deze theorie zou een portefeuille moeten bestaan uit een risicodragend en een risicomijdend deel. Deze verhouding bepaalt het model van Ohpen aan de hand van een meter die de persoonlijke risicobereidheid van een belegger bepaalt.

Het computermodel zoekt naar de meest optimale beleggingen uit het hele universum van aandelen, (bedrijfs-)obligaties, vastgoed en grondstoffen.Per beleggingscategorie zoals sector, land, valuta of regio, selecteert het systeem die aandelen die op basis van een vijfjaarsgemiddelde van een combinatie van parameters zoals rendement, volatiliteit en onderlinge correlaties het hoogste rendement realiseren bij een zo laag mogelijk risico.

Optimale belegging
Doordat het model steeds op zoek gaat naar de meest optimale belegging met een maximale spreiding over alle mogelijke beleggingen, verandert de samenstelling van de portefeuille, die bestaat uit ruim 3000 titels, wekelijks.

Vrolijk, die in het bestuur zit namens investeringsmaatschappij Amerborgh, en Zadeh, verwachten met deze methode een revolutie teweeg te brengen in de beleggingswereld.

Op de Nederlandse markt is Ohpen de enige partij die klanten op deze manier beleggingsproducten aanbiedt. In het buitenland heeft Virgin Money een vergelijkbaar model.

Ohpen is in april 2010 van start gegaan en heeft inmiddels een beheerd vermogen van meer dan € 30 miljoen. De klanten die vanaf het begin bij Ohpen beleggen, hebben inmiddels een rendement van 21 procent behaald.

Vrolijk en Zadeh streven naar een beheerd vermogen van € 100 miljoen in 2013.

Klanten komen vanzelf
Geld verdienen is voor Zadeh niet de belangrijkste drijfveer. ‘Als je maar iets maakt dat goed is, dan komen de klanten vanzelf.’ Hij geeft aan hoe ontzettend makkelijk vermogensbeheerders geld kunnen verdienen aan klanten door hoge transactiekosten in rekening te brengen.

Zadeh kijkt al langere tijd met ergernis naar de Nederlandse grootbanken die beleggingsadvies geven. Hij vindt ze duur en inefficiënt. ‘De modelportefeuilles bij banken als Rabo of ABN Amro MeesPierson zijn alleen gebaseerd op het risicoprofiel. En vooral op de inkomsten van de bank zelf.’

Ohpen rekent voor alle dienstverlening een premie van 1 procent op jaarbasis. Zadeh vindt het onzin dat de banken zulke hoge kosten in rekening brengen. ‘Dienstverlening kan makkelijk goedkoper door de achterkant goedkoper te maken.’

De oprichter van Ohpen rekent voor hoe makkelijk een assetmanager zijn geld kan verdienen. ‘De vermogensbeheerder betaalt 0,1 procent voor het afwikkelen van een effectentransactie bij een broker. Vervolgens brengt hij de klant hiervoor 0,7 procent in rekening.

‘Die 0,6 procent steekt hij vervolgens in zijn zak.’

Pensioenproduct
De ambitie om de wereld te veranderen reikt verder dan alleen vermogensbeheer. Zadeh en Vrolijk willen op basis van hetzelfde beleggingsmodel ook een pensioenproduct gaan aanbieden. Net als bij vermogensbeheer, verwachten ze hier ook een revolutie teweeg te brengen.

Eind december nam Ohpen vermogensbeheerder en levensverzekeraar Robein over. De partijen willen samen aan dit nieuwe product gaan werken. De overname is nog niet voltooid. Zadeh verwacht binnenkort van de Nederlandsche Bank de officiële goedkeuring te krijgen.

Vrolijk: ‘Pensioenfondsen hebben nooit in het belang van de klant gehandeld. Ze zijn veel te duur. Zij hebben nooit een prikkel gehad om efficiënt te werken. De rentestructuur was altijd gunstig, daarom viel het nooit op dat pensioenfondsen er niet goed voor stonden.’

‘Nu blijkt hoe slecht ze in de afgelopen jaren hebben gepresteerd.’ Aan het eind van dit jaar moet het pensioenproduct er staan. Het zal in eerste instantie worden aangeboden aan werkgevers. ‘We beginnen met het MKB want hoe kleiner het bedrijf, hoe slechter de pensioenvoorziening.’

Bron: Fondsnieuws.nl

Vermogensbeheer op basis van ‘marketing’ of ‘advies’?

Op Fondsnieuws.nl heeft Albert Hartink onlangs een artikel geschreven over de verander(en)de rol van de beleggingsadviseur. Albert Hartink is directeur van family office Melfund en voorzitter van de commissie Private Banking van VBA Beleggingsprofessionals. In dit artikel staat hij stil bij twee volstrekt verschillende wijzen van advisering op het gebied van vermogensbeheer, die elkaar niet of nauwelijks overlappen. Hij noemt dit marketing- en adviesporteuilles.

Marketingportefeuilles
Bij de marketing gedreven adviezen komt de belegger – na de beantwoording van een vragenlijst – in een bepaalde risico-indeling terecht. De beleggers met een gemeenschappelijk risicoprofiel worden gebundeld in een bedieningsconcept en vervolgens door de adviseurs benaderd met proposities vallend binnen het risicoprofiel.

De asset allocatie en de invulling van de portefeuille worden centraal op basis van vaste modellen samengesteld en aangepast.

De voordelen voor de beleggers zijn dat ze voortdurend op de hoogte worden gehouden van de nieuwste producten en dat de directe kosten van advies relatief laag zijn.

De aldus samengestelde portefeuilles worden dan ook gekenmerkt door de aanwezigheid van Ishares/ETF’s, index beleggingsfondsen, grondstoffenmandjes, obligaties met een index gerelateerde coupon, et cetera én relatief lage directe kosten.

Adviesportefeuilles
Bij de adviesbenadering worden na een aantal intensieve adviesgesprekken de afspraken op individueel niveau schriftelijk vastgelegd. Vervolgens wordt de portefeuille in de loop van tijd belegd volgens deze afspraken en vindt een continue herijking plaats van de uitgangspunten in de interactie tussen klant en adviseur.

Deze portefeuilles kenmerken zich doordat er op de ‘klassieke wijze’ belegd wordt in obligaties, aandelen, en beleggingsfondsen, die ieder voor zich waarde moeten toevoegen aan de totale portefeuille. Qua directe kosten is de belegger hier meestal duurder uit.

De conclusies uit eerdere publicaties/discussies op Fondsnieuws.nl zijn als volgt. De marketingbenadering is bijzonder succesvol. Als voorbeeld noem ik het meest recente succes van de marketing insteek: de Ishares/ETF’s op aandelen.

In korte tijd hebben particuliere beleggers wereldwijd tientallen miljarden in deze producten geplaatst. Het voordeel van beleggen in deze producten is tweeledig: lage kosten en het beleggingsresultaat loopt bijna 100 procent mee met de gekozen index.

Adviesbenadering
De adviesbenadering is ook succesvol, maar wel saaier. Hij is gebaseerd op het maken van een keuze voor een beleggingsstrategie en het tientallen jaren niet meer loslaten hiervan.

Een drietal voorbeelden van strategieën met betrekking tot aandelen:

Berkshire Hathaway (USA): Beleggingsresultaat over de afgelopen 30 jaar: circa 15 procent per jaar. Strategie: investeren in ondergewaardeerde bedrijven met een begrijpelijk businessmodel en een goede cash flow.

Investor (Zweden): Beleggingsresultaat over de afgelopen 20 jaar: circa 12,5 procent per jaar. Strategie: bedrijven met een begrijpelijk businessmodel en een goede cash flow.

HAL Trust (NL): Beleggingsresultaat over de afgelopen 25 jaar: circa 16 procent per jaar. Strategie: investeren in een beperkt aantal sectoren die op lange termijn een goed perspectief bieden.

Goed of fout?
Er is geen goed of fout; de belegger moet zelf kiezen. Wel ben ik van mening dat de Klachtencommissie van de Kifid heel wat minder klachten zou ontvangen als er door de aanbieders zelf een veel scherper onderscheid tussen beide modellen zou zijn gemaakt.

De meeste klachten ontstaan doordat de belegger gekozen denkt te hebben voor ‘ouderwets’ en dan ‘marketing’ krijgt en vice versa. Hier ligt een belangrijke taak voor de aanbieders van beleggingsservices.

Ik kan het niet nalaten om mijn persoonlijke voorkeur te geven. Ik houd van de klassieke (lees: saaie) manier van beleggen in bedrijven die ik kan begrijpen en waarvan ik de investering kan motiveren.

Bovendien ben ik ervan overtuigd dat een onderneming die een goede balans heeft én een goede strategie bijna iedere onverwachte crisis overleeft en dus het risico goed te bepalen is.

Ik zal zelf dus bijvoorbeeld nooit in een ETF beleggen, omdat ik absoluut niet weet waar ik dan in belegd heb.

Ik zal dit nader toelichten. Stel een portefeuille is belegd in een ETF op de S&P 500. Dit jaar krijgt Facebook een beursnotering in de VS. Facebook wordt dan automatisch in deze ETF opgenomen, simpelweg vanwege de enorme marktkapitalisatie van dit bedrijf.

Intransparant
Het gevolg is dat deze portefeuille ongevraagd (!) een belang in Facebook neemt, terwijl de belegger dit zelf wellicht nooit zou willen. Ik vind dit onacceptabel intransparant.

En wat gebeurt er als er naar aanleiding van het succes van Facebook nog een aantal vergelijkbare bedrijven naar de markt gaan? Dan eindigt de argeloze belegger met een ongehoord zware weging in IT-bedrijven: l’histoire se répète toujours.

Er zijn andere beleggers die dit juist wel accepteren en graag in dit soort producten investeren.

Dit kan allemaal best naast elkaar bestaan, maar niet door elkaar. Ik pleit er dus voor dat de aanbieders of de toezichthouder hun verantwoordelijkheid nemen en de proposities nadrukkelijker van elkaar scheiden.

Alex Vermogensbeheer ervaringen

In 2010 kreeg Alex Vermogensbeheer de Gouden Stier Publieksprijs uitgereikt. Hiermee werd zij uitgeroepen tot Beste Vermogensbeheerder. Wat zijn uw ervaringen met Alex Vermogensbeheer? Zou u uw review over Alex Vermogensbeheer naar ons willen verzenden? Wij zullen de ervaringen gaan plaatsen op deze site.




Via ons contactformulier kunt u uw ervaringen met Alex Vermogensbeheer delen.

Gratis overstappen bij overname vermogensbeheerder?

Vermogende particulieren kiezen dikwijls voor een vermogensbeheerder om een optimaal rendement uit hun vermogens te behalen. Alvorens zij voor een vermogensbeheerder kiezen is het wijs om op onderzoek uit te gaan. Doordat de vergoedingen voor vermogensbeheerders onder druk komen te staan, is het niet ondenkbaar dat de vermogensbeheerder waar u voor  kiest in de komende jaren overgenomen zal worden. Naar verwachting zullen de kleine vermogensbeheerders, er zijn in totaal circa 150 vermogensbeheerders in ons land, opgeslokt zullen worden door de grote marktspelers. Wat zijn in dat geval uw rechten?

Wat de kopende partijen betreft verandert er weinig. Zij nemen vermogensbeheerders over omdat zij direct een groot aantal klanten binnen willen halen. Een voorbeeld van een vermogensbeheerder op overnamepad is OHV dat circa 10 kleine(re) vermogensbeheerders wil overnemen met als doel 400 miljoen euro additioneel vermogen te beheren. Zij kiezen ervoor om bij overname gefaseerd te betalen. Deze afhankelijkheid hangt samen met het klantbehoud na overname. Hierbij kijkt men naar het totale beheerde vermogen. OHV

Voor u kan een overname betekenen dat er veel gaat veranderen. Zo zijn er steeds meer vermogensbeheerders die beleggen volgens indextrackers in plaats van beleggingsfondsen. Indien u vermogen in fondsen zit en kopende vermogensbeheerder volgens indextrackers zit dan zullen uw posities geleidelijk verkocht moeten worden. In theorie kan het betekenen dat hiermee verlies geleden wordt. Dit zal dikwijls het geval zijn als de fondsen voor de crisis zijn gekocht.

Het kan ook zij dat er voor u voordelen zijn van een overnamen. Er zijn namelijk grote verschillen tussen de kosten die vermogensbeheerders in rekening brengen. Een indexvolger hanteert gemiddeld een vergoeding van 0,5%. Bij beleggingsfondsen ligt dit gemiddelde rond 1,5%.

Gratis overstappen

Ontevreden klanten kunnen gratis overstappen naar een andere vermogensbeheerder. De meeste vermogensbeheerders hanteren namelijk geen boeteclausules bij een overstap.

Kijk bij een overname naar de kostenstructuur, het beleggingsbeleid en de wijze waarop omgegaan wordt met provisies. Het zal zeker de nodige tijd en moeite kosten om dit te doen, maar het is het zeker wel waard.

Traditioneel vermogensbeheer op de helling?

Ouderwets vermogensbeheer met koffie, sigaar en een petitfourtje of cognacje is alleen nog voor de allerrijksten bereikbaar

Ieder nadeel heb z’n voordeel. Zo ook met de kredietcrisis. De kosten, de vergoedingen, de bonussen en de premies van en voor de financiële instellingen staan onder grote belangstelling van de politiek, de maatschappij en belangenclubs. Nu is de kickback-fee of retourprovisie die van beleggingsfondsen aan distributeurs (vermogensbeheerders) worden betaald bij Minister De Jager in het vizier.

De vraag is of de consument profijt heeft bij regelgeving die de retourprovisie verbiedt of beperkt. De belegger die participeert in een beleggingsfonds profiteert overduidelijk van de afschaffing van de distributievergoeding. Bekijk het door de bril van een marketeer en je ziet dat de vergoeding in feite verkoop- of promotiekosten zijn die worden afgewenteld op de deelnemers in het fonds, terwijl zij uitsluitend een beheervergoeding zouden moeten betalen aan de beheerder. De kosten voor de fondsbeleggers kunnen dus omlaag.

Natuurlijk zit niemand te wachten op meer regelgeving, maar de consument heeft laten zien hoe makkelijk hij overal intuint en de financiële instellingen staan momenteel als graai-instellingen te boek. Tijd voor verkeersdrempels derhalve rond de financiële verkeerspleinen als van zelfregulering niets terecht komt. Topman Munsters van marktleider Robeco is overduidelijk voorstander van afschaffing van distributievergoedingen en is van mening dat de sector niet moet wachten op nieuwe regelgeving. Hij ziet de bui al hangen en Robeco kan vast overleven zonder de retourprovisie.

De nadelige gevolgen van aanvullende regelgeving zijn van grotere betekenis dan de voordelen. Voor veel vermogensbeheerders vormt de kickback-fee namelijk een belangrijk deel van hun verdiensten. Wanneer deze wegvalt zullen de kosten op een andere manier moeten worden terugverdiend. Daarbij hebben de vermogensbeheerders het al niet makkelijk. Van alle kanten drijven de donkere wolken boven hun kantoorvilla’s. Naast een stroom van klachten en claims over de geleverde diensten in 2008, nestelden zich nieuwe (Ophen Vermogensbeheer) en ervaren beheerders (Alex) die op prijs gaan concurreren in de markt van particuliervermogensbeheer.

Vermogensbeheerders kopje onder
Alhoewel deze partijen daadwerkelijk vermogensbeheer bieden, zijn dit toch de Jumbo’s en Lidl’s in de markt voor particuliervermogensbeheer. Persoonlijke aandacht en regelmatig een kopje koffie met een petitfourtje is straks alleen nog beschikbaar voor de welgestelden.

De verwachting is dat de komende jaren veel vermogensbeheerders verdwijnen. Het Financieel Dagblad kopte eerder “beheerders in de uitverkoop”. Het verdienmodel van vermogensbeheerders staat door de toenemende regulering onder druk, waardoor een portefeuille straks nog circa 1,5% van het beheerde vermogen oplevert. De kans is groot dat diverse partijen wellicht gedwongen worden om de portefeuille voor niets weg te doen, wanneer personeel en eventuele schulden kunnen worden ‘mee geleverd’.
Twee partijen – die onder vuur lagen van teleurgestelde beleggers – hebben inmiddels de markt verlaten. Zo ging Lancelot Vermogensbeheer kopje onder door de gepubliceerde constateringen van de AFM, die op haar beurt gealarmeerd was door de gedupeerde cliëntèle van deze Limburgse vermogensbeheerder.

Eerder ging de Amsterdamse vermogensbeheerder Eureffect ten onder aan het ‘huis fonds’ Spirit AIM. De stroom klachten en claims gaven deze vermogensbeheerder ging enkel vooruitzicht meer voor de toekomst.

Concurreren op prijs
Vorig jaar is de gang naar nieuwe tijden ingezet met de deconfiture van deze vermogensbeheerders en de aandacht voor de distributievergoedingen. In 2012 zal de overname van vermogensbeheerders in volle gang zijn en uiteindelijk zal de markt voor particuliervermogensbeheer bediend worden door enkele tientallen aanbieders, waar vast nog ruimte is voor het ouderwetse vermogensbeheer met sigaren en krijtstrepen. De kosten van dergelijke aanbieders maken hun product nog slechts aantrekkelijk voor een kleine groep welgestelden die kunnen rekenen op het oorspronkelijke vermogensbeheer. Krabbelaars zullen het moeten doen met de beheersupermarkten die elkaar beconcurreren op prijs en zich bedienen van geautomatiseerde aan- en verkoopsystemen.

(Bron:ftm.nl)

Consolidatieslag bij vermogensbeheerders op handen

In Het Financieel Dagblad is vandaag een artikel verschenen waarin melding wordt gemaakt dat grote en middelgrote vermogensbeheerders voornemens zijn dit jaar kleine branchegenoten over te willen nemen. Omdat kleine vermogensbeheerders steeds vaker moeten stoppen omdat het verdienmodel onder druk staat, verwachten de grotere vermogensbeheerders goedkoop hun marktaandeel uit te kunnen breiden.

Diverse vermogensbeheerder, waaronder OHV uit Amsterdam, International Assets uit Baarn en Wealth Management Partners (WMP) onderstrepen de op handen zijnde consolidatieslag. Door een verbod op distributievergoedingen en een mogelijke verbod van opslag op transactiekosten valt er voor kleine vermogensbeheerders weinig te verdienen.

Dit zal voor circa 40 beheerders betekenen dat ze aansluiting moeten zoeken bij grote beheerders.OHV wil het beheerd vermogen door zijn bedrijf de komende vijf jaar met €400 miljoen laten groeien en kijkt daarvoor naar beheerders met een belegd vermogen van tussen de €5 en €50 miljoen. International Assets en WMP hebben ook al meerdere gesprekken gevoerd met partijen die hun bedrijf willen verkopen.

All-in-fee niet populair bij vergoeding vermogensbeheerder

Blaauw Research heeft in opdracht van financieel dienstverlener en vermogensbeheerder Robein Vermogensspecialisten onderzoek gedaan naar het verwachte rendement op beleggingen . Hierbij kwam ook naar voren dat slechts 12 procent van de beleggende Nederlanders de voorkeur geft aan een all-in-fee wanneer gebruik wordt gemaakt van een vermogensbeheerder. Ruim een kwart van de Nederlandse beleggers besteedt zijn beleggingen uit aan bijvoorbeeld een vermogensbeheerder of beleggingsadviseur.

Fabeltje
Bij de keuze daarvoor zijn deskundigheid, betrouwbaarheid en kosten de belangrijkste overwegingen. Een hoog rendement staat niet in de top-3 van beleggers. ‘Terwijl dat toch het uiteindelijke doel is van beleggen, zegt Ruud Hageman, directeur bij Robein Vermogensspecialisten. ‘Het is een fabeltje dat lagere kosten automatisch een hoger rendement betekenen.’

Optmistisch
Verder komt uit het onderzoek naar voren dat particuliere beleggers overwegend optimistisch zijn over het verwachte rendement op hun beleggingen. Zij verwachten een rendement dat minimaal twee keer zo hoog is als de huidige spaarrente. Ruim de helft van de beleggers (57 procent) verwacht in 2011 een rendement te behalen van 5 tot 15 procent. 
 
Ruim twee op de vijf Nederlandse beleggers geven aan in 2011 tussen de € 25.000 en € 175.000 te beleggen.

Onduidelijkheid over kosten vermogensbeheerders

Pensioenfondsen weten niet exact hoeveel kosten vermogensbeheerders aan hen doorberekenen. De AFM schat in dat deze kosten anderhalf tot drie miljard hoger liggen dan in de jaarverslagen vermeld staat.

Het gevolg hiervan is dat er minder pensioengeld overblijft voor de burger. De AFM vindt dat vermogensbeheerders een beter inzicht moeten geven aan over de kosten die in rekening worden gebracht.

Vier ton voor Ronald Gerritse

Ronald Gerritse, de nieuwe voorzitter van de AFM ontvangt een jaarsalaris van ruim vier ton. De arbeidsvoorwarden zullen hiermee gelijk zijn aan die van zijn voorgang, Hans Hoogervorst.

Vanaf 1 mei zal Gerritse aan de slag gaan bij het semi-publieke AFM. De AFM verstrekt vergunningen aan vermogensbeheerders.

Verbod ABN AMRO op overname in private banking sector

Brussel staat niet toe dat ABN AMRO de komende 3 jaren overnames doet in de private banking sector. Daarnaast heeft de Europese Commissie bepaalt dat ABN AMRO een zeker winstmargeniveau in private banking dient te handhaven. Dit zijn 2 voorwaarden die de Europese Commissie heeft opgelegd na goedkeuring aan de staatssteun die ABN AMRO gedurende de crisis heeft ontvangen.

Laatstgenoemde restrictie ligt volgens de ABN AMRO-woordvoerder in het verlengde van de al eerder opgelegde beperking, dat ABN AMRO geen prijsleider mag zijn in bepaalde sectoren, zoals op de Nederlandse spaarmarkt. Daarmee wil de Europese toezichthouder voorkomen dat de bank de ontvangen staatssteun gebruikt om rivalen zonder staatssteun weg te concurreren.

“In private banking bestaan er geen standaardproducten met vergelijkbare tarieven. Daarom kiest de Commissie er in dit geval voor om te kijken naar de marges”, zegt de ABN AMRO-woordvoerder afgelopen woensdag.

ABN AMRO heeft een dominante positie in private banking in Nederland, na de fusie van de twee grootste spelers MeesPierson en ABN AMRO Private Banking door het samengaan met Fortis Bank Nederland. Met het overnameverbod is ABN AMRO niet blij. “Dat heb je natuurlijk liever niet, zegt de woordvoerder. “Als zich in deze periode een overnamekans voordoet, dan loop je die mis.” De woordvoerder voegt daaraan toe dat ABN AMRO in ieder geval niet uit is op acquisities op het gebied van private banking in Nederland.

Overigens blijven overnames op beperkte schaal nog wel mogelijk volgens het nieuwe Europese besluit, merkt ABN AMRO woensdag op. De bank kan echter geen nadere indicatie geven van de toegestane omvang. Het overnameverbod voor ABN AMRO is geen slecht nieuws voor het beursgenoteerde Van Lanschot NV. De private bank uit Den Bosch doet geen uitspraken over de nieuwe beperkingen voor zijn concurrent, maar staat zelf in ieder geval wel open voor overnames, bijvoorbeeld van onderdelen van het Belgische KBC Groep. Die Belgische bank, die eveneens staatssteun ontving, moet om die reden zijn internationale private banking-divisie KBL binnenkort verkopen. Onderdelen daarvan, zoals de Nederlandse private bank Theodoor Gilissen, zouden interessant kunnen zijn voor Van Lanschot.

Friesland Bank wil belang in Van Lanschot fors reduceren

Friesland Bank NV heeft momenteel een 23% belang in de private bank Van Lanschot NV. Eerder deze week werd bekend dat de Friesland Bank haar belang in de vermogensbeheerder uit Den Bosch aanzienlijk wil terugbrengen naar onder de 10%. Dat bleek uit een bericht van persbureau Dow Jones dat zich baseert op basis van uitspraken van bestuursvoorzitter Kees Beuving. Friesland Bank heeft hierover al overleg gevoerd met verschillende zakenbanken. Het aandeel van Friesland Bank kan omlaag worden geschroefd door een plaatsing van de aandelen Van Lanschot via een inschrijving onder institutionele partijen of een geleidelijke verkoop via de beurs.

Eeerder deze week maakte de Friesland Bank een nettoverlies over 2010 van € 43 miljoen bekend. Het verlies werd mede veroorzaakt door een afwaardering van € 61 miljoen op de aandelen Van Lanschot. Naast die in Van Lanschot, heeft Friesland Bank geringere deelnemingen in BinckBank NV, Triodos Bank en Optimix.

Bank communiceert slecht

De sfeer tussen banken en ondernemers is na de financiële crisis een tikje kribbig gebleven. Banken vinden dat ondernemers niet scheutig genoeg zijn met informatie. Ondernemers vinden dat bankiers op hun centen blijven zitten. Geen van twee heeft gelijk.

Banken zijn misschien wat terughoudender geworden, maar zijn nog steeds bereid een goed plan te financieren. Alleen de aanpak is anders dan enkele jaren geleden. Banken willen koste wat kost hun dossiers in orde hebben. Ze willen betere documentatie, met harde cijfers.

Hoe werkt het in de praktijk?

De bankier vraagt: ‘Hoe gaat het volgend jaar verlopen?’ Oftewel: geef ons een onderbouwde rentabiliteitsprognose. De ondernemer antwoordt: ‘Volgend jaar hebben we vier nieuwe klanten en de markt trekt aan’. Hij denkt: ‘Ik ben klaar. Kom maar op met die centen.’ De bankier moppert: ‘Dat is niet voldoende, Jan’. Hij bedoelt: ‘Geef ons een onderbouwde rentabiliteitsprognose’.

De communicatie is achtergebleven bij de nieuwe bankeisen. De bank geeft onduidelijke signalen af. Voor de ondernemer is het besluitvormingstraject bij de bank onduidelijk en hij begrijpt niet wat de bank nodig heeft om een besluit te kunnen nemen.

Kritisch doorvragen is aan beide kanten niet gebruikelijk en oud zeer vertroebelt de communicatie ook nog wel eens. Over één ding zijn ze het eens: de ander moet niet zo zeuren.

Wat moeten ondernemers doen? Wil je geld? Geef banken hun zin. Documenteer die aanvraag! Durf die prognoses af te geven. De bank weet heus wel dat de cijfers niet in beton gegoten zijn.

Maken banken hun vragen dusdanig ingewikkeld dat je er als ondernemer niet meer uitkomt? Zorg dan dat je precies te weten komt wat ze willen.

Daarvoor moet je doorvragen en de taal van de bank spreken. Schroom daarbij niet om anderen in te schakelen. Een goede financieel adviseur spreekt de taal van de bank en van de ondernemer. Laat het in ieder geval geen ‘wedstijdje’ worden met de bank. Je doel is niet om de bank op de knieen te krijgen, je doel is om te zorgen dat je bedrijf goed doordraait.

En tenslotte, de tijd dat je bij wijze van spreken ‘op de achterkant van een sigarendoos’ de bank kon bewegen om je tegemoet te komen is voorbij. Het spel wordt tegenwoordig anders gespeeld.

Maar voor een ondernemer die levert wat de bank vraagt, ligt de weg naar nieuwe financieringen nog steeds open.

Marcel Ploumen werkt bij FBM te Nieuwegein.

Bank heeft te veel petten op
Joris Teulings en Dian Huyssen van Kattendijke

Na de verzekeraars liggen nu ook de banken onder vuur. Voor hun meest gewaardeerde klanten moeten ze eindelijk de werkelijke kosten laten zien.

Minister de Jager schrijft in zijn brief aan de kamer: ‘Om te waarborgen dat beleggingsondernemingen volledig in het belang van de klant handelen, dienen zij alleen direct door de klant te worden betaald voor hun diensten’. Kortom, geen verborgen kosten meer. Een prima initiatief.

Door de bank genomen wordt voor de gemiddelde klant meestal behoorlijk belegd in beleggingsfondsen van het huismerk of die van derden. Op de huisfondsen van de bank wordt, naast de overige kosten, veelal anderhalf procent beheerfee getoucheerd. Wordt er naast de huisfondsen ook belegd in fondsen van derden – de ogenschijnlijk nobele open architecture structuur – dan wordt hierop tenminste een half procent ‘kickback’ gekregen. Deze inkomsten voor de bank gaan ongezien ten laste van het rendement. Per saldo zou dat een extra driekwart procent kunnen opleveren.

De effectenorders worden via het eigen bankkanaal uitgevoerd. Dit gaat zelden tegen het goedkoopste (internet)tarief. Ook voor beheerklanten worden effecten veelal tegen het dure tarief verhandeld. De verplichte ‘best execution’-regels worden daarbij ruim geïnterpreteerd. ‘Best’ zou ook ‘goedkoop’ moeten betekenen.

De ervaring leert dat zodoende tenminste een half procent overbodige kosten voor de klant, maar inkomsten voor de bank, kunnen worden bijgeschreven. Om de klant van dienst te zijn, worden in eigen huis speciale beleggingsproducten bedacht. Ook hier zitten de kosten verstopt.

De Jager zaagt aan de poten van het ideale verdienmodel van de banken. Vanzelfsprekend steigert de branche. De lobby probeert nu de aandacht te vestigen op de kickback van de beleggingsfondsen van derden met daarbij een uitstel tot na 2013.

Als het ze lukt, kunnen de overige ‘verborgen schatkamers’ gewoon intact blijven. Het afschaffen van de kickback is eenvoudig op te vangen door het inzetten van meer huisfondsen.

De vraag is of een bank al deze petten tegelijk op moet hebben. Buiten het keurslijf van de bank kan het vermogensbeheer en beleggingsadvies integer worden uitgevoerd met gebruikmaking van de beste instrumenten tegen de laagste kosten. Natuurlijk zullen daarbij ook buiten het bankgebouw partijen bereid moeten zijn hun achterdeurtjes voor wat extra inkomsten te sluiten.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, maar wellicht dat de industrie nu toch een stap in de goede richting kan maken.

Dian Huyssen van Kattendijke werkt bij Sequoia Vermogensbeheer en Joris Teulings bij Castanje Vermogensbeheer.

(Bron: FD)

Geen verbazing verbod distributievergoedingen

In het FD commentaar van 24 maart wordt de suggestie gewekt dat de Vereniging van Vermogensbeheerders & Commissionairs (VV&C) volledig verrast is door het door de minister van Financiën aangekondigde verbod op distributievergoedingen. Dit is echter niet juist.

De laatste maanden zijn gesprekken op gang gekomen tussen de AFM en de VV&C over dit onderwerp. Lopende deze gesprekken had het voor de hand gelegen dat het ministerie of de toezichthouder in een eerder stadium de VV&C had geïnformeerd dat wettelijke maatregelen worden overwogen, daarmee vanzelfsprekend niet afdoend aan de verantwoordelijkheid van een minister de Tweede Kamer als eerste te informeren over voorgenomen wetswijziging. In deze zin kwam de aankondiging van de minister voor een volledig wettelijk verbod op het ontvangen van distributievergoedingen voor ons ‘uit de lucht vallen’.

Wat de VV&C verder bevreemdt, is dat de minister zich in zijn brief aan de Tweede Kamer uitsluitend richt op de ontvangers en niet op de verstrekkers van distributievergoedingen. Navraag hierover in het recente verleden leerde dat ‘het wettelijk haakje’ hiervoor ontbreekt. Waar de minister niet schroomt om voor de ontvangers wettelijke haakjes te maken, zou het hem niet lukken om datzelfde te doen voor de verstrekkers van de distributievergoedingen, lees de beleggingsinstellingen en (huisfondsen van) banken?

De distributievergoedingen worden betaald uit de opbrengsten van de beleggingsfondsen. Als een beleggingsfonds niet via een derde (vermogensbeheerder) wordt verkocht, maar door het fonds of de bank zelf, worden die vergoedingen niet meer als marketingkosten versleuteld, maar als pure winst door de fondsbeheerder ontvangen.

Een level playing field, met name ten aanzien van de transparantie van kosten, zowel geldend voor producenten-verkopers (beleggingsfondsen/banken) als voor de wederverkopers (zelfstandige vermogensbeheerders) is voor ons van cruciaal belang.

In 2009 is in overleg met de sector en de AFM de Leidraad passende provisie beleggingsondernemingen tot stand gekomen en sinds de invoering van deze leidraad is bij vermogensbeheerders de gangbare praktijk dat eventuele distributievergoedingen volledig transparant zijn voor de klant. De VV&C en haar leden zijn dus heel goed op de hoogte van de ontwikkelingen die spelen rondom transparantie van kosten en vergoedingen.

Mea Hiskes-Willemse, VV&C

(bron: FD)

Toenemende zorgen omtrent financiële positie vermogensbeheerders

Door de kredietcrisis en het voorgenomen provisieverbod – waarover u op deze site al meer hebt kunnen lezen – lijken vermogensbeheeders zich in toenemende mate zorgen te maken over hun financiële toekomst. Dit blijkt ook uit het jaarverslag van De Nederlandsche Bank (DNB) over 2010 dat afgelopen donderdag werd gepubliceerd. Daarin staat dat de toezichthouder in 2010 meer beheerders onder verhoogd toezicht heeft geplaatst omdat de inkomsten onder druk staan. Het gaat om tien tot twintig ondernemingen waarvan de namen niet bekend zijn gemaakt.

‘De sector zag het vet op de botten de afgelopen jaren verteren als gevolg van de crisis’, zegt een woordvoerder van DNB. De ondernemingen verdienden minder omdat het vermogen onder beheer terugliep als gevolg van koersdalingen en een uitstroom van klanten. Ook het al eerder gememoreerde provisieverbod van Financiën brengt het verdienmodel verder in de knel.

Veel vermogensbeheerders halen behalve uit vaste vergoedingen en prestatiebeloningen een aanzienlijk deel van hun inkomsten uit provisies. Ze worden door aanbieders van beleggingsfondsen betaald om hun producten aan te prijzen. Ook verdienen ze aan provisies op transacties voor klanten. Hoewel Financiën deze provisies nog niet op de korrel heeft, verwacht de markt dat ze niet houdbaar zullen zijn.

‘Structureel verlieslatende verdienmodellen zal DNB niet meer eindeloos accepteren’, stond in een nieuwsbrief aan de sector. In het uiterste geval zal DNB de Autoriteit Financiële Markten adviseren de vergunning van zo’n beheerder in te trekken.

Tweehonderd vermogensbeheerders

Nederland telt ongeveer tweehonderd zelfstandige vermogensbeheerders. Gemiddeld hebben die volgens kenners € 75 miljoen onder beheer. Veel kleine beheerders hebben het moeilijk, ontdekte Bas Nienhaus van Wealth Management & Partners, een beheerder met circa € 1 miljard onder beheer.

Zijn bedrijf onderzocht kleine beheerders op de mogelijkheid ze over te nemen. ‘Maar acht op de tien draaien nauwelijks break-even’, zegt Nienhaus. Veel van hen zijn nog sterk afhankelijk van provisies. Vaak voor meer dan 50%, zeggen marktkenners.

De verwachting in de markt is dan ook dat veel partijen moeten fuseren, of stoppen. Bij een faillissement lopen beleggers overigens geen gevaar: hun effecten zijn ondergebracht bij een bank.

Alex Vermogensbeheer populair

De markt van vermogensbeheer is volop in beweging. Oorzaken hiervan zijn de toetreding van nieuwkomers (veelal: prijsvechters), de automatisering in de branche en een toenemende roep om transparantie. Internet speelt een steeds grotere rol in klantacquisitie bij vermogensbeheerders. Wij hebben gekeken welke vermogensbeheerders het populairste zijn bij zoekers in Google. Het gaat hierbij om het aantal keren dat de bedrijfsnaam is ingetoetst.

Top 5
1. Alex Vermogensbeheer
2. Optimix Vermogensbeheer
3. Brand New Day Vermogensbeheer
4. Velthuyse & Mulder Vermogensbeheer
5. Ohpen Vermogensbeheer

Fintessa Vermogensbeheer over kickback-fee

Martine Hafkamp (Fintessa Vermogensbeheer) was afgelopen week te gast bij Harry Mens in het programma Business Class. In de uitzending gaat zij in op het actuele vraagstuk omtrent de kickback-fee bij een groot aantal vermogensbeheerders. Hafkamp laat in de uitzending duidelijk weten dat zij een voorstander is van transparantie en vindt dat de vermogensbeheerder het belang van de klant voorop moet zetten. Ze vindt dat de kickback-fee een hele makkelijke manier van geld verdienen zijn voor vermogensbeheerders.

Grote verschillen tarieven vermogensbeheer

Uit onderzoek blijkt dat vermogensbeheer bij banken gemiddeld drie keer zo duur is als bij kleinere onafhankelijke prijsvechters. Dit blijkt uit een onderzoek van de Vereniging van Echt Onafhankelijke Vermogensbeheerders (VEOV). Het onderzoek is uitgevoerd onder zes traditionele grootbanken en zes kleinere onafhankelijke aanbieders.

De VEOV heeft in het onderzoek geprobeerd alle kosten door te rekenen. De zichtbare en ook de niet zichtbare kosten die doorgaans voor de eigenaar van het vermogen niet transparant zijn. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de transactiekosten binnen beleggingskosten, speadkosten, kosten op- en afslag en de btw.

In het onderzoek is uitgegaan van een belegging van 100.000 euro en een brutorendement vóór kosten, van 6 procent per jaar.

De duurste bank was Van Lanschot met 3,6 procent op jaarbasis. SNS was de goedkoopste grootbank met kosten van 2,4 procent. De nieuwe spelers zijn veel voordeliger. Zo waren de kosten bij Meesman Index Investements 1,8 procent per jaar. Bij Alex Vermogensbeheer bedroegen de kosten 1,8 procent.

Bij grootbanken waren de kosten gemiddeld 3,1 procent. Bij de kleinere, onafhankelijke partijen bedroeg het gemiddelde kostenniveau 1,1 procent per jaar.

De hieruit voortvloeiende vraag is natuurlijk wat dit voor uw rendement betekent. Onderstaande tabel laat zien dat de tariefverschillen een substantiële invloed hebben op het eindbedrag.

Uitstroom private bankers bij grootbanken

Bij de grootbanken worden vermogende beleggers steeds meer in overzichtelijke hokjes ‘geduwd’. Die hokjes zijn dan een aantal beleggingsprofielen, waar dan nogal eens de ‘passende’ beleggingsfondsen van de bank zelf worden bijgezocht. Zo is de inspanning minimaal, de creativiteit vrijwel nul en wordt voldaan aan de steeds toegenomen eisen van toezichthouder AFM. Dat leidt ertoe dat de betere beleggingsadviseurs en private bankers steeds vaker afscheid nemen bij de grootbanken en overstappen naar kleinere onafhankelijke vermogensbeheerders.

Bovenstaande werd onlangs gezegd door Albert Hartink, voorzitter van de Commissie Private Banking van beroepsvereniging VBA Beleggingsprofessionals, in het FD: “Ik heb een top 25 opgesteld van de private bankers in Nederland die ik het beste vind. Geen van deze mensen werkt nog bij een grootbank.” Ze stappen vervolgens vaak over naar een kleinere partij, waar ze wel hun vakmanschap en creativiteit kwijt kunnen.
 
Hartink stelt dat deze uitstroom van de talentvolste private bankers wordt veroorzaakt door de ‘angstcultuur’ bij banken. Volgens Hartink is het aantal risk- en compliance officers binnen financiële instellingen in lijn met deze tendens sterk toegenomen. Omdat het keurig ‘juridiseren’ en standaardiseren van alle handelingen en adviezen bij grootbanken belangrijker is geworden dan goed advies aan de klant.

Niet in belang klant
Tom Loonen, die bij Insinger de Beaufort werkte en daar directeur Compliance & Business Integrity was, zei hierover: “Standaardiseren staat echter nergens in de wet. Het hoeft dus niet, maar het is logisch dat grote instellingen het doen, om de zaken beheersbaar te houden. Maar vaak is het dus meer in het belang van de bank dan van de klant.’’
  
Daarmee slaat Loonen de spijker op de kop. Want die overconcentratie op hapklare ‘beleggingsbrokjes’ voor de klanten leidt tot veel gebruik van centraal vastgestelde standaardportefeuilles. Waarbij het instrumentarium dat professionals ten dienste staat zeker niet ten volle wordt benut, stelt Martijn Meijer, hoofd vermogensbeheer bij Wijs & van Oostveen. “Zo wordt er vaak geen gebruikgemaakt van opties, waarmee je extra cash flow in de portefeuille kunt verwerven. Of juist risico’s kunt afdekken.’’

 Bron: Wijs & van Oostveen

Voorlopig geen bonus Van Lanschot

Het bestuur van Van Lanschot Bankiers heeft voorlopig besloten de bonus over 2010 nog niet te innen. Dit is het gevolg van overleg tussen de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur.

De opschorting van de ontvangst van de bonus vindt plaats totdat duidelijk is of het herstel bestendig is. De bank behaalde in 2010 een nettowinst van ruim € 65 miljoen. Dit stond in schril contrast tot het verlies van bijna € 15 miljoen een jaar eerder.

Indien blijkt dat het herstel bestendig is dan ontvang Floris Deckers, de topman van Van Lanschot een bonus van € 515.125 aan variabele beloning. Het vaste salaris van Deckers bedroeg in 2010 € 650.000.

Eerder deze week ontstond commotie rond de bonussen binnen ING. De bank reageerde hierbij wat onhandig door aan te geven dat men niet had ingeschat dat de bonus verkeerd zou vallen. ING gaf hiermee te kennen dat zij zelf wel volledig achter de bonus stond, maar het effect klaarblijkelijk verkeerd had ingeschat.

Welke vermogensbeheerder heeft de laagste kosten?

Volgens de Vereniging van Echt Onafhankelijke Vermogensbeheerders (VEOV) hebben de op indexproducten gerichte vermogensbeheerders Meesman Index Investments van Hendrik Meesman, Brand New Day en Ohpen de laagste kosten voor gestandaardiseerd vermogensbeheer. Dit blijkt uit een onderzoek naar twaalf financiële instellingen. Tot deze instellingen behoren de zes banken (SNS, Robeco, ABN AMRO, ING, Rabo en van Lanschot Bankiers) en zes kleinere, onafhankelijke aanbieders (Meesman, Ohpen, Brand New Day, Alex, Index People en BlackRock iShares). De banken zijn het overigens niet eens met de uitkomsten van dit onderzoek. Dit is op zich niet vreemd, daar volgens het onderzoek deze grote financiële instellingen gemiddeld bijna drie keer zo duur zijn als de nieuwe spelers.

De banken brengen gemiddeld volgens VEOV 3,1 procent aan kosten in rekening. Bij de nieuwe spelers betaalt de klant gemiddeld 1,1 procent per jaar. Laatste op de lijst van de VEOV is Van Lanschot met 3,6 procent aan kosten per jaar, gevolgd door ABN AMRO en Rabobank. Meesman Index Investments biedt indexproducten en trackers aan van de coöperatieve aanbieder Vanguard.

VIPinvest
Rob van Oostveen, directeur private investments van Van Lanschot, zegt in een reactie: ‘De 3.6 procent is niet correct en in werkelijkheid zijn de totale kosten veel lager. In het onderzoek is alleen gekeken naar onze VIPinvest dienstverlening en hierbij zijn onjuiste aannames gedaan.’

‘Relaties bij Van Lanschot aan de bank een beheervergoeding van 1 procent. Een transactietarief van 0,5 procent is voor klanten van Van Lanschot  niet van toepassing.’

Bewaarloon
‘Er wordt deze klanten geen bewaarloon in rekening gebracht. De aannames ten aanzien van kosten binnen de beleggingsfondsen zijn extreem hoog ingeschat en ook wordt onterecht BTW gerekend over alle kosten’, aldus van Oostveen.

Volgens hem zijn de kosten voor klanten van VIPInvest, afhankelijk van profiel, 1,4 tot 2,3 procent per jaar.

Voorts merkt hij op dat men binnen VIPinvest zal overgaan tot de doorgifte van de retrocessies. ‘Tot die tijd krijgen klanten een korting op de beheervergoeding van 0.25 procent.’

Paneldiscussie over verbod kickback bij uitreiking FD Morningstar Awards

Vanavond zal de jaarlijkse paneldiscussie bij de uitreiking van de FD Morningstar Awards gaan over de afschaffing van de provisie die banken vragen voor de distributie van beleggingsfondsen. Minister de Jager van Financiën heeft aangekondigd dat hij aan deze zogenoemde ‘kickback’ een einde wil maken.

Deelnemers aan deze paneldiscussie zijn Han Dieperink, chief investment officer van Rabobank Private Banking, drecteur Hans Janssen Daalen van de belangenvereniging Dufas en Rob van Oostveen, directeur private investments van Van Lanschot Bankiers.

Bij deze discussie zal worden ingegaan op de betekenis van de afschaffing van het huidige model voor de fondshuizen en de banken en wat het betekent voor de relatie met de (eind)klant.

De paneldiscussie vindt plaats onder leiding van dagvoorzitter Paul Laseur, beursverslaggever van BNR Nieuwsradio en Cees van Lotringen, hoofdredacteur van Fondsnieuws.

Vorige week stuurde minister Jan Kees de Jager van Financiën een actieplan naar de Tweede Kamer, waarin hij ondermeer opteert voor een afschaffing van het provisiemodel voor beleggingsproducten. De Jager wil die afschaffing het liefst in Europees verband doen.

Voor de FD Morningstar Awards zijn 39 beleggingsfondsen (inclusief twee indextrackers) genomineerd in 13 categorieën. Ook worden prijzen uitgereikt voor de beste fondshuizen.

De avond wordt besloten met een feestelijk diner.

Kleine vermogensbeheerders maken zich zorgen om afschaffing kickback

De voorgenomen afschaf van de kickback vergoeding zorgt voor reuring in de wereld van vermogensbeheerders. De verwachting hierbij is dat als gevolg hiervan de grootbanken vooral nog huisfondsen zullen gaan aanbieden. Bovendien is het de vraag of de kleinere vermogensbeheerders, die veelal afhankelijk zijn van de provisies, hun hoofd hierdoor boven water kunnen houden.

Minister De Jager (Financiën) wil de vergoeding afschaffen die banken en vermogensbeheerders ontvangen van aanbieders van beleggingsfondsen, de zogenoemde kickback. Hiermee beoogt hij een eind aan ondoorzichtige kostenstructuur van beleggingsfondsen. De minister wil dat banken en vermogensbeheerders „volledig in het belang van de klant handelen en daarvoor dienen zij alleen direct door de klant te worden betaald voor hun diensten”.

De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) noemt de vergoedingen een ’perverse prikkel’. De beleggersclub stelt dat „jarenlang honderden miljoenen euro’s uit de zakken van fondsbeleggers bij de banken in Nederland terecht zijn gekomen”.

De banken hebben nu verschillende producten in hun schappen. Als ze geen provisie meer ontvangen van de verschillende beleggingsfondsen, kunnen ze het meeste verdienen op de eigen fondsen ofwel de huisfondsen.

Volgens vermogensbeheerder Dian Huyssen van Kattendijke van Sequoia Vermogensbeheer, tevens mede-oprichter van de Vereniging echt onafhankelijke vermogensadviseurs (Veov), is het vergelijkbaar met een supermarkt waar alleen nog eigen huismerk wordt aangeboden. „Als klant denk je dan, wat doe ik hier. Je wil bijvoorbeeld ook Calvé pindakaas, want dat ben je gewend.”

De grootbanken verdienen nu miljoenen aan de provisies. De verwachting is dat banken voor de langere termijn op zoek gaan naar een nieuw verdienmodel. Het is nog onduidelijk hoe ze dat gaan aanpakken.

Ook de vele kleinere vermogensbeheerders zullen het moeilijk krijgen. Castanje vermogensbeheer besloot vorig jaar al te stoppen met de kickback. Partner Joris Teulings geeft aan dat het een ’spannend moment’ was, terwijl de onderneming niet veel werkt met beleggingsfondsen. Hij verwacht dat het voor kleine, van provisies afhankelijke vermogensbeheerders moeilijker is en dat sommige zelfs zullen verdwijnen.

Huyssen deelt die mening. „Ze zullen of een nichemarkt moeten aanboren, of aansluiten bij een ander fonds of stoppen.” Volgens haar is het vergelijkbaar met de buurtsuper, die ook is verdwenen.

Branchevereniging de Nederlandse Vereniging van Banken vindt dat het ministerie beter kan wachten met de invoering van het verbod tot 2013. In dat jaar wordt een Europese richtlijn ingevoerd, waarin hoogstwaarschijnlijk een verbod op distributievergoedingen wordt opgenomen. De Jager heeft aangegeven hij nationaal stappen te gaan ondernemen als het in Europa op korte termijn niet lukt.

Fondsenprovisie verboden?

Verbod op fondsenprovisie vermogensbeheerdersMinister van Financiën Jan Kees de Jager is van plan de vergoedingen af te schaffen die banken en vermogensbeheerders ontvangen van de aanbieders van beleggingsfondsen. Als vermogensbeheerders en banken geen vergoeding (ook wel kickback-fee genoemd) mogen ontvangen van fondsaanbieders, lopen zij op jaarbasis naar schatting enkele honderden miljoenen euro’s mis.

Onafhankelijkheid
De achterliggende reden is dat vermogensbeheerders mogelijk hun eigen belang en niet dat van de klant voorop stellen. Men kiest eerder voor de meeste betalende dan de best presterende fondsen. De Jager wil dat de klant voorop staat. Hij wil hiermee de hoge kosten voor klanten aanpakken. De vergoedingen voor kunnen oplopen tot 0,75%. Klanten hebben doorgaans geen inzicht in deze kosten.

Fikse aderlating
Volgens Chris Zadeh van Ohpen Vermogensbehee voorspelt een enorme aderlating, die om vele honderden miljoenen euro’s kan gaan. Rob van Oostveen van Van Lanschot denkt dat grootbanken op jaarbasis 40 tot 60 basispunten op de in fondsen beheerder vermogens mislopen.

Geen reactie ING en ABN Amro
ING en ABN Amro willen nog niet reageren. Zij willen eerst aankijken wat er gebeurt en zullen daar vervolgens op hun beleid op afstemmen.

Consument goedkoper uit
Het vermoeden bestaat dat de consument met een verbod op fondsenprovisie goedkoper uit zal zijn. Hoe groot dit voordeel is en in hoeverre dat verrekend wordt in andere componenten van de dienstverlening is nog niet bekend. Met name kleine vermogensbeheerders zullen door het eventuele verbod in de problemen kunnen komen.

Van Lanschot aast weer op Gilissen

Van Lanschot, de zelfstandige bank voor vermogenden, ziet nieuwe kansen voor een overname van het kleinere Theodoor Gilissen na het afketsen afgelopen week van de verkoop aan een Indiase partij. ‘We hebben destijds al belangstelling getoond’, zei bestuursvoorzitter Floris Deckers bij de presentatie van de jaarcijfers.

De afgelopen jaren zijn veel kleine ‘private banks’ overgenomen door grotere partijen, waardoor de markt verdeeld leek. Theodoor Gilissen is de eerste bank in deze soort in jaren die te koop staat. De huidige eigenaar, de Belgische bank KBC, is verplicht te verkopen in ruil voor staatssteun.

Theodoor Gilissen is onderdeel van KBL, de Luxemburgse dochter van KBC. De verkoop van heel KBL aan de Indiase Hinduja Group leek in kannen en kruiken, maar vorige week werd bekend dat de toezichthouder geen toestemming wilde geven.

Daarmee staat KBL en dus ook Gilissen opnieuw in de etalage.

Nieuw bod of niet
‘De vorige keer wilde KBC zijn dochter KBL als één geheel verkopen. Dat was voor ons een brug te ver’, aldus Deckers. ‘Nu moeten we afwachten wat we gaan doen.’ Destijds had Van Lanschot niet alleen belangstelling getoond voor Gilissen, maar ook voor enkele andere onderdelen.

Als KBC al bereid is KBL in delen te verkopen, is het volgens Deckers nog geen uitgemaakte zaak dat zijn bank een bod uitbrengt.

‘Je moet de groei die een overname met zich meebrengt, afwegen tegen de verstoring die het heeft op de rest van de bank die juist bezig is hard te groeien.’

Hij wijst erop dat belangrijke afdelingen van de bank minstens anderhalf jaar een zeer groot deel van hun tijd kwijt zullen zijn aan zo’n transactie en vervolgens de integratie.

Dat Deckers zich desondanks een overnamefantasie kan veroorloven, heeft te maken met de fraaie jaarcijfers die hij afgelopen vrijdag liet zien.

Egyptische plagen
In 2009 zag Van Lanschot nog alle plagen van Egypte over zich heen komen: krappe rentemarge, hoge kredietverliezen, schade door het faillissement van DSB Bank en een forse afboeking op een geflopt IT-project.

Daardoor sloot de bank het jaar af met een verlies. Vorig jaar waren er geen eenmalige tegenvallers en ging de rentemarge met een kwart omhoog. Daardoor ging de winst over 2010 naar € 66,7 miljoen netto.

‘We hebben een stap richting een genormaliseerd resultaat genomen’, zei Deckers. ‘Daarmee geven we aan dat 2010 nog geen normaal resultaat was.’ De bank denkt dat het ingezette herstel zich dit jaar voortzet.

De afboekingen op vooral bedrijfskredieten waren slechts licht gedaald naar € 86,5 miljoen. Deckers stelt dat de zakelijke klanten van zijn bank ‘laat-cyclisch’ zijn, waardoor de verlaging van de kredietverliezen traag verloopt.

Beheerd vermogen
Optimistisch is Van Lanschot over de toename van het beheerd vermogen met € 5,5 miljard euro naar € 35,4 miljard. Dat kwam deels door hogere koersen van de beleggingsfondsen, maar voor een nog groter deel (€ 3 mrd) door instroom van nieuwe gelden.

Die stroom kwam vooral na de zomer op gang. Een deel van het nieuwe geld komt van particulieren en een deel van pensioenfondsen die hun vermogen laten beheren door Van Lanschot-dochter Kempen & Co.

Verder is de bank bezig de kosten te reduceren, onder meer door de meest intensieve vorm van bankieren alleen aan het rijkste segment aan te bieden.

Steeds meer klanten worden overgehaald om over te stappen op zogeheten discretionair vermogensbeheer. Daarvan zijn de kosten voor Van Lanschot lager en de inkomsten stabieler.

Dividenduitkering
Van Lanschot keert als een van de weinige Nederlandse banken weer dividend uit over 2010. De bank betaalt 70 eurocent per aandeel, in totaal euro € 28,6 miljoen.

Dat is ruim de helft van de winst die beschikbaar is, dat wil zeggen de nettowinst minus de betaling op achtergestelde leningen.

Volgens Deckers is hervatting van de dividendbetaling verantwoord omdat de solvabiliteitsratio hoog is: de zogeheten core tier 1 stond eind 2010 op 9,6 procent.

Nu er winst wordt gemaakt, krijgen de werknemers weer bonussen en variabele beloningen. Daarvoor is € 8,2 miljoen uitgetrokken.

Transactiekosten bij vermogensbeheerders lopen sterk uiteen

Het komt nog steeds voor dat u als particulier goedkoper uit bent met de transactiekosten van beleggen dat indien u dat via een vermogensbeheerder doet. Het tarief dat u moet betalen via uw vermogensbeheer kan dubbel en soms wel vier keer zo hoog zijn.

Als u zelf belegt via BinckBank of Alex liggen de transactiekosten ongeveer tussen 0,1% en 0,25% per transactie. Met name bij de traditionele vermogensbeheerders kunnen de kosten oplopen tot 0,7% tot 1% per transactie.

De AFM streeft er naar dat vermogensbeheerder 100% openheid in de kosten geven, maar wij hebben ontdekt dat dit bij lange na nog niet het geval is. In onze contacten met vermogensbeheerders troffen we enkele partijen aan die ons pertinent niet schriftelijk van informatie wilden voorzien. Bij herhaaldelijke vragen over de kosten werd steevast gezegd dat men uitsluitend telefonisch informatie wilde verstrekken.

Wij zijn zeer benieuwd naar uw ervaringen met transparantie bij uw vermogensbeheerder. Overigens moeten wij zeggen dat het ons positief stemt dat enkele, voornamelijk, nieuwe vermogensbeheerders zeer open zijn in hun tariefstelling.

(dit artikel borduut voort op een artikel dat is geschreven door Roger Broekhuizen van Helliot Vermogensbeheer). Het volledig artikel kunt u hier lezen.

Krachtig herstel Van Lanschot in 2010

Van Lanschot, de bank voor rijke particulieren, heeft over 2010 een nettowinst geboekt van € 65,7 mln, waar in 2009 nog een verlies werd gemaakt van € 14,8 mln. De bank boekte het herstel vooral in de tweede helft van vorig jaar. Zowel de rentebaten als provisie-inkomsten voor het beheren van beleggingsportefeuilles van klanten stegen sterk. Aan aandeelhouders wordt weer dividend uitgekeerd.

De bank uit Den Bosch werkt voor rijke klanten, geeft op beperkte schaal kredieten af aan zijn klanten en is eigenaar van Kempen, de bank die vooral vermogensbeheer doet voor professionele beleggers. 

Scheidslijn

‘Kenmerkend voor 2010 was de duidelijke scheidslijn tussen de eerste en tweede helft van het jaar’, schrijft Floris Deckers, voorzitter van de Raad van Bestuur van Van Lanschot, vanmorgen in een verklaring bij de jaarcijfers. ‘De eerste zes maanden stonden nog in het teken van stabilisatie, in de tweede helft van het jaar is de groei versneld.’

De totale inkomsten van de bank stegen naar € 613,3 mln tegenover € 568,5 mln een jaar eerder. De rentemarge van de bank – het verschil tussen wat de bank aan rente ontvangt aan uitzettingen versus wat het betaalt aan de eigen schuldeisers – steeg naar 1,68% tegenover 1,32% over 2009. Aan rente-inkomsten haalde de bank € 337 mln binnen. Aan provisies op vermogensbeheer werd €232 mln verdiend. De balans van de bank, waarop de rentemarge wordt verdiend, heeft een omvang van ruim € 20 mrd.

Provisies

De stijging van de provisies is deels toe te schrijven aan een toename van het vermogen als door meer activiteiten van handelende klanten. De toename van het beheerde vermogen volgde op de stijging van de beurzen en netto-instroom van geld. Inclusief Kempen beheert Van Lanschot € 35,4 mrd aan vermogen.

Het eigen vermogen van de bank, de core tier-1 ratio, steeg naar 9,6% tegenover 6,6% eind 2009. De sterke toename is mede het gevolg van een herschikking in de kapitaalstructuur van de bank en een afname van de omvang van de naar risicogewogen balansuitzettingen.

Private Banks en vermogensbeheerders zien na jaren rust eerste overnames

Na een lange consolidatieslag leken Nederlandse private banks en vermogensbeheerders de laatste jaren even klaar met overnames en fusies. Met het opnieuw te koop staande Theodoor Gilissen kan daar volgens kenners verandering in komen. Tot vlak voor de kredietcrisis vond er een enorme verandering plaats in de private-bankingsector. De kleine en vaak aan de Amsterdamse Herengracht gevestigde banken voor vermogende particulieren werden in de jaren ervoor stuk voor stuk overgenomen door grote, internationale spelers.

Overnames

Kleine partijen als Nachenius Tjeenk, Insinger de Beaufort en Artesia Bank vonden het door alle toegenomen kosten voor ICT en toezicht lastig om zelfstandig door te gaan. Tegelijkertijd zochten grote banken naar een stabiele inkomstenbron. Die vonden ze bij de winstgevende klanten van private banks. Zo nam BNP Paribas eerst Nachenius Tjeenk en later Insinger de Beaufort over. MeesPierson kwam via Fortis in handen van ABN Amro. En Van Lanschot kocht Kempen & Co en CenE Bankiers.

Vlak voor het hoogtepunt van de kredietcrisis in september 2008 was de laatste transactie gedaan, toen Insinger werd gekocht door BNP. De laatste jaren zorgde de kredietcrisis voor rust op de markt. Private banks en vermogensbeheerders moesten uitleggen waarom hun klanten verliezen hadden geleden. Bovendien hadden de grote banken genoeg aan het hoofd, waardoor overnames in private banking en vermogensbeheer geen prioriteit had.

Nieuwe verkopen

Vorig jaar kwam er dan eindelijk weer één te koop: het Belgische KBL, waar Theodoor Gilissen deel van uitmaakt. KBC moest KBL gedwongen verkopen in ruil voor staatssteun die het kreeg. Dinsdag werd bekend dat de geplande verkoop aan het Indiase Hinduja niet doorgaat: Theodoor Gilissen staat dus opnieuw te koop. Over een nieuwe koper wordt al druk gespeculeerd. Van de Nederlandse partijen heeft Van Lanschot tijdens het vorige verkoopproces al aangegeven interesse te hebben.

Over Van Lanschot als overnamekandidaat wordt ook al lang gepraat. ‘De timing zou ideaal zijn’, zegt een analist. ‘Aandeelhouders Delta Lloyd en Friesland Bank krijgen te maken met strengere kapitaaleisen. Voor hen zou een verkoop goed uitkomen.’

Meer overnames en fusies

Kenners verwachten de komende jaren meer overnames en fusies onder Europese private banks. ‘De marges staan onder druk. Het businessmodel is duur, zeker nu klanten om meer transparantie vragen’, zegt een kenner van de sector. De ene eigenaar is beter in staat om die kosten op te vangen dan de ander.

De vraagt blijft alleen wie de kopers zijn. Van de Nederlandse grootbanken valt in ieder geval ING af, omdat die bank geen overnames mag doen na de verkregen staatssteun. Of dat ook geldt voor ABN Amro is niet bekend. Rabobank is volgens analisten wel een mogelijkheid. Maar zij kijken vooral naar buitenlandse partijen en noemen de Franse bank BNP Paribas of Zwitserse banken als UBS en Julius Bär als kandidaten die trek kunnen hebben in een (grotere) Nederlandse aanwezigheid in de private-bankingsector en vermogensbeheer.

De persoonlijke aanpak van Theodoor Gilissen

Iedere vermogensbeheerder geeft op de eigen website terecht aan dat persoonlijke aandacht zeer belangrijk is. We willen u in dat kader attenderen op de site van Theodoor Gilissen. Daarop geven medewerkers van Theodoor Gilissen op een treffende manier aandacht aan het persoonlijke aspect. Ze geven uitleg over hun visie middels een video in de zogenaamde header van de site. In een markt waar vertrouwen een belangrijke rol speelt, weet Theodoor Gilissen dit goed in te vullen.

Let wel, u kunt alleen bij deze vermogensbeheerder terecht indien u een vermogen heeft van een half miljoen euro.

Private banking – hoe wordt uw vermogen beheerd?

Private banking

Wordt uw vermogen goed beheerd? Vermogen groeit niet vanzelf. Het vermogen dat u nu hebt opgebouwd, is waarschijnlijk het resultaat van jarenlang hard werken. Daarom wilt u er zeker van zijn dat uw vermogen goed beheerd wordt door een betrouwbare vermogensbeheerder. Die het beheert met een zorgvuldigheid alsof het zijn eigen vermogen is, maar op de manier zoals u het wilt. Er zijn heel veel banken die de mogelijkheid van private banking aanbieden. ABN Amro is bijvoorbeeld een grote speler op de markt van Private banking. Maar hoe weet u of u te maken heeft met een betrouwbare vermogensbeheerder? En welke diensten mag u bij private banking verwachten?

Private banking : de aanbieders

Vroeger heette private banking ‘gewoon’ nog vermogensbeheer. Deze vorm van exclusief vermogensbeheer werd in Nederland van origine vooral aangeboden door kleinere vermogensbeheerders, zoals Van Lanschot Bankiers, Staal Bankiers en Theodoor Gillissen Bankiers.

Ook de grotere gevestigde consumentenbanken zoals ABN Amro en Rabobank zijn zich gaan toeleggen op private banking om hiermee ook klanten met een groeiend vermogen te kunnen blijven bedienen. Sinds een aantal jaren zijn er ook nieuwe vermogensbeheerders bijgekomen die met een moderne variant van private banking gretig proberen marktaandeel te veroveren op de gevestigde vermogensbeheerders. Zo is private banking ook serious business geworden voor nieuwkomers zoals Alex Vermogensbeheer en Binck Bank. Maar als u op zoek bent naar een nieuwe vermogensbeheerder, hoe komt u er dan achter of deze partij betrouwbaar is?

Private banking : betrouwbaar

Vanzelfsprekend wilt u dat uw vermogen goed beheerd wordt door een integere vermogensbeheerder. Uiteindelijk weet u pas achteraf welk rendement gehaald wordt, maar om toch onderscheid te maken tussen de malafide en integere aanbieders van private banking controleren het AFM en de DNB de kwaliteit van vermogensbeheerders. Daarom kan het veel narigheid voorkomen om te controleren of een vermogensbeheerder niet op de zwarte lijst van het AFM staat voor u een overeenkomst aangaat voor private banking. Mocht u toch klachten hebben, dan kunt u de hulp inroepen van Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening) voor het beslechten van uw geschil.

Private banking – diensten

Het primaire doel van private banking is natuurlijk ervoor te zorgen dat uw vermogen zo optimaal beheerd wordt. Maar daarnaast mag u van uw vermogensbeheerder veel meer verwachten. Een goede vermogensbeheerder zorgt niet alleen dat uw vermogen op een verantwoorde manier vermeerderd wordt, maar doet dit tevens op de manier die u wilt. Hiervoor is een nauw contact nodig om af te stemmen welke risico’s u aanvaardbaar vindt en wat uw doelen op korte én lange termijn zijn. Dit kan betekenen dat er ook nagedacht moet worden hoe uw vermogen op een fiscaal vriendelijke manier overgedragen kan worden naar uw kinderen, of andere erfgenamen zoals goede doelen. Dit vergt een goede financiële planning waarbij met veel scenario’s rekening gehouden moet worden.

Private banking : conclusie

Het selecteren van een goede vermogensbeheerder is geen eenvoudig proces. Misschien zelfs op sommige momenten emotioneel. Daarom is het verstandig niet over één nacht ijs te gaan, maar u goed te laten voorlichten voor u besluit door private banking uw vermogen te laten beheren.

Slim gebruik internet marketing nieuwe vermogensbeheerders

Het is boeiend te zien dat nieuwkomers in de markt van het vermogensbeheer slim gebruik maken van internet. Het is duidelijk dat zij of hun internetbureau ”het spelletje snappen”.

Vindbaardheid in zoekmachines en conversiegericht
Om succesvol online te zijn, is vindbaarheid in zoekmachines van essentieel belang. Daarnaast is het gebruiksgemak van de site en het aansturen tot conversie belangrijk voor het resultaat.

We zien dat bedrijven als Alex en Brand New Day dit goed voor elkaar hebben. De sites zijn slim en overzichtelijk ingericht en er wordt duidelijk rekening gehouden met de positie in Google. Een bedrijf als Ohpen zet bijvoorbeeld affiliate marketing in om nieuwe klanten binnen te halen. In een markt die als traditioneel gekenmerkt kan worden, is dat bijna revolutionair.

Achterstand
De traditionele vermogensbeheerders blijven hier flink op achter. Ook zij zullen die stappen op den duur gaan maken, maar het is onze inschatting dat dat nog wel even zou kunnen gaan duren. Het medium internet heeft daar veelal nooit een grote rol gespeeld binnen de acquisitie. De directies zijn doorgaans niet vooruitstrevend genoeg om dit goed aan te pakken. Oorzaken hiervan zijn meestal een gebrek aan kennis, het ontbreken van een duidelijke intenetvisie en angst voor nieuwe ontwikkelingen. Men is gewend zaken te doen zoals men altijd deed en wil dat blijven doen. Hierbij wordt eenvoudigweg te weinig gekeken naar de behoeften van de doelgroep.

De juiste mensen aan het roer
Bij bedrijven als Brand New Day, Ohpen en Alex zien wij dat daar vanuit de optiek van internet marketing dat daar de juiste mensen aan het roer zitten. Zij zijn volledig overtuigd van de meerwaarde van internet en, we hebben hier en daar nog wel wat aanmerkingen, zitten op het juiste spoor.

De energiemarkt
Het is een ontwikkeling die we in vele markten waar hebben genomen. Een goed voorbeeld hiervan is de energiemarkt waarbij enkele nieuwkomers zeer slim gebruikt hebben gemaakt van internet marketing en daarmee zeer succesvol zijn geweest. De traditionele partijen hebben daar behoorlijk wat terrein laten liggen. Onder andere ook in het notariaat, de makelaardij en de advocatuur zien we dat de oudgedienden marktaandeel verliezen.

Vertrouwen
Uiteraard beseffen wij dat een goede en betrouwbare naam in de markt van het vermogensbeheer het allerbelangrijkste is, maar we voorspellen dat er grote verschuivingen plaats gaan vinden. Dit omdat de grote spelers uit het verleden steeds minder zichtbaar worden.

Vermogensbeheer in beweging

Veranderingen in de markt

Als gevolg van technologische ontwikkelingen (automatisering en internet) en marktomstandigheden (kredietcrisis en economisch herstel) is er de laatste jaren veel gebeurd op het gebied van vermogensbeheer. In onderstaand artikel zetten we de ontwikkelingen uiteen.

De AFM heeft de vermogensbeheerders in Nederland een selfassessment laten doen. Daaruit bleek dat de 115 deelnemende zelfstandige beheerders – dus geen banken – in totaal bijna 62.000 klanten bedienden. Het vermogen dat deze klanten bij de beheerders hadden uitstaan bedroeg 31 december 2009 € 12,3 miljard. Dat komt neer op een gemiddeld beheerd vermogen van € 200.000 per klant.

Zowel het totaal aantal klanten als het totaal beheerd vermogen is slechts het topje van de ijsberg van wat bij financiële instellingen als vermogensbeheer in de boeken staat. Zelfstandige beheerders mogen dan € 12,3 miljard van 62.000 klanten in de boeken hebben staan, (retail)banken bereiken veel meer klanten en beheren een veelvoud van dat bedrag. Alleen Van Landschot al heeft voor particulieren € 6,4 miljard onder discretionair vermogensbeheer (beheer waarin de belegger de beheerder het volledige mandaat geeft). Er zijn dus nogal wat mensen die een of twee ton tot enkele miljoenen euro’s vermogen hebben dat ze door een externe professional laten beheren.

Marktomstandigheden

Men zou wellicht verwachten dat over de dienstverlening voor zo’n grote groep mensen met zoveel geld al veel (onafhankelijke) informatie.

Beleggingskansen door Evert Waterlander (Optimix)

1 Waar liggen de beleggingskansen voor de korte en de lange termijn?

Nu duidelijk wordt dat het economisch herstel doorzet, liggen op de korte termijn de beste beleggingskansen in de ontwikkelde markten. De Amerikaanse beurs zal de veerkracht van het bedrijfsleven tonen. Dat zal bij de huidige lage rentestanden kapitaal naar de beurs trekken.
Op de lange termijn blijven opkomende markten nog steeds interessant. Na de grote koerssprong van het afgelopen jaar zijn ze echter kwetsbaar voor correctie. Die kwetsbaarheid ontstaat vanwege de oplopende inflatie en de monetaire rem die beleidsmakers op de economie zetten.

2 Welk aandeel uit de Nederlandse indexen moeten beleggers nu niet kopen en waarom?

Er is grote kans dat spaarders de aandelenmarkt opgaan als alternatief voor de lage spaarrente. Hoog dividendaandelen van de grote fondsen zullen daarbij in de belangstelling staan.
Binnen deze categorie zijn wij voorzichtig als het om KPN gaat omdat op de telefoniemarkt, mede ingegeven door regelgeving, marges onder druk komen.

3 Hoe ontwikkelen de beurzen zich de komende tijd?

Beurzen zullen van tijd tot tijd minder synchroon bewegen en meer continentale dynamiek weerspiegelen. De Amerikaanse markt zal zich laten leiden door banengroei, Europa door de oplossing van de schuldencrisis en Azië vooral door inflatie perikelen in opkomende markten. Verder lieten de beurzen binnen Europa vorig jaar onder invloed van de schuldencrisis ook al grote regionale verschillen in performance zien. De Noordelijke beurzen stegen hard vanwege de goede economische berichten en solide overheidsfinanciën, terwijl de Zuidelijke beurzen klappen kregen vanwege zorgen over de overheidsfinanciering en de gematigde economische vooruitzichten. Er kan zich een omkeerpatroon voordoen ten opzichte van het afgelopen jaar zodra de schuldencrisis beheersbaar lijkt.

4 Welke regio’s of sectoren moeten beleggers in de gaten houden?

Fundamenteel ligt de voorkeur in de Verenigde Staten en dan in het bijzonder de sectoren Energie en Informatietechnologie. Verder kunnen de Zuid-Europese beurzen onder voorwaarden perspectief bieden.

5 Welke beurswijsheid kunt u particuliere beleggers meegeven?

Er kan de komende periode nog zoveel in de beleggingsomgeving veranderen. Ga daarom niet teveel houden van de oude succesaandelen, maar blijf kijken en vergelijken.

6 Kunt u een korte biografie van uzelf als belegger geven?

Als directeur bij Optimix Vermogensbeheer, ben ik medeverantwoordelijk voor het beleggingsbeleid. Daarnaast geeft ik regelmatig presentaties bij beleggingsseminars en schrijf ik columns in Fiscalert en Effect, een uitgave van de VEB. Ik ben mijn beleggingsloopbaan gestart in 1987 bij de ABN AMRO Bank. Sindsdien heb ik diverse advies- en leidinggevende functies in het effectenbedrijf vervult .Sinds 2010 ben ik verbonden aan Optimix.

(bron: www.beursgorilla.nl)

Vermogensbeheer: let op de verborgen kosten

In de zoektocht naar hoge rendementen vergeten veel mensen te letten op de verborgen kosten.

Vanzelfsprekend worden kosten in rekening gebracht voor het beheren van uw vermogen. Deze kosten zijn echter niet altijd even transparant. Dit geldt met name bij vermogensbeheer, zoals door beleggingsfondsen.

Vermogensbeheerders wijzen liever op de rendementen dan op de kosten. Wie € 25.000 belegt in een beleggingsfonds met een gemiddeld rendement van 8 procent over 30 jaar, behaalt in totaal € 190.306. Als de kosten 1 procent hoger liggen, komt het totale bedrag uit op € 143.857. Dit is een verschil van € 46.719. Een verschil van bijna 25%.

Lage kosten zijn vanzelfsprekend geen garantie voor het rendement, maar uit onderzoek blijkt wel dat beleggers die scherp op de kosten letten, een beter rendement behalen dan beleggers die dan niet doen.

De transparantie is de laatste jaren toegenomen omdat aanbieders verplicht zijn om de total expense ratio (TER) op  te geven. Bovendien worden er steeds meer kritische vragen gesteld over de distributiefee. Dit is de kickbackfee die vermogensbeheerders krijgen als ze een fonds van een derde verkopen.

In de TER worden overigens niet alle kosten opgenomen. Een voorbeeld hiervan zijn onder andere de transactiekosten.

lees hier het volledige artikel

Vermogensbeheerder Northern Trust breidt uit

Vermogensbeheerder Northern Trust gaat zijn activiteiten in Nederland uitbreiden. Via het kantoor in Amsterdam gaat het bedrijf ook vermogensbeheer aanbieden aan institutionele beleggers. Hiermee gaat Northern Trust de concurrentie aan met grote partijen als Blackrock en Fidelity. De Amerikaans vermogensbeheerder is sinds vijf jaar actief in Nederland. Daarvoor werd Nederland bediend vanuit het kantoor in Londen. (more…)

Grootste vermogen bij zelfstandigen

Van alle huishoudens beschikken ondernemers gemiddeld over het grootste vermogen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Gepensioneerden zijn een goede tweede, omdat ze vaak hun hypotheek hebben afbetaald. Op grote afstand volgen alleenstaanden en eenoudergezinnen. (more…)

Onafhankelijke informatie over vermogensbeheer

De kosten voor vermogensbeheer gaan vanzelfsprekend ten koste van het rendement. Desondanks is het lastig te achterhalen wat deze kosten zijn. Het is de missie van onze site om op een onafhankelijke manier informatie te geven over vermogensbeheer. Hierbij staat onder andere de vermogensbeheervergelijking centraal. Deze vergelijking, die primair kwantitatief gevoed wordt, vullen we op de site verder aan met kwalitatieve informatie.

Het is ons doel om ervoor te zorgen dat u goed beslagen ten ijs komt, indien u overweegt uw vermogen door een expert te laten beheren. Omdat volledigheid, correctheid en transparantie van eminent belang zijn voor ons, willen wij u verzoeken eventuele opmerkingen of vragen kenbaar te maken middels ons contactformulier.

Tostrams gaat in vermogensbeheer

royce tostramsTechnisch analist Royce Tostrams gaat met ingang van 9 februari 2011 aan de slag als vermogens-beheerder voor particulieren. Tostrams begint met een trading-portefeuille die bestaat uit turbo’s. De stap komt voort uit een duidelijke behoefte bij beleggers.

Technische analyse
De portefeuille die Tostrams gaat beheren, is voor de volle 100 procent gebaseerd op technische analyse. Deelname is mogelijk vanaf 20.000 euro.



Nieuwe spelers zetten aanval op te dure fondsen in

Eenderde van de pensioenfondsen wil ermee ophouden. Prima. Prijsvechters als BeFrank, Brand New Day en Ohpen staan in de rij om hun kapitaal binnen te hengelen.

Ondernemersheld Richard Branson is weer eens het grote voorbeeld. Hij bouwde in Engeland met Virgin een pensioenbedrijf dat wél begrijpelijke en goedkope pensioenen aanbiedt. Zijn pensioenoverzichten laten precies zien wat de kosten zijn, hoeveel je hebt gespaard en hoeveel je dus na je pensioen maandelijks op je bankrekening gestort krijgt. Bovendien zijn ze 24 uur per dag in te zien op internet. De kosten zijn laag bij Virgin Pensions: 1 procent per jaar, zonder verrassingen. Een nadeeltje is er wel: de garantie is nul.

Het is een pensioenmodel dat vanaf 1 april dit jaar ook in Nederland te koop is. Nu is Folkert Pama, directeur van BeFrank, nog bezig met benodigde vergunningen bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank. Over tweeënhalve maand denkt hij zijn eerste pensioenklanten binnen te hebben.

Volgens Pama heeft het huidige Nederlandse pensioenmodel zijn langste tijd gehad. Dat eenderde van de bedrijfspensioenfondsen er – volgens een recent rapport van adviesbureau KPMG – mee op wil houden, verbaast hem dan ook niets. ‘Het zijn kleine fondsen die vaak geleid worden door werknemers die dat naast hun gewone werk erbij doen’, zegt hij. ‘Doordat ze zo klein zijn, is hun overhead relatief hoog. Daarnaast krijgen ze te maken met steeds meer wet- en regelgeving. Daar gaat veel tijd in zitten. Daarom willen ze het hele pensioenfonds misschien liever bij een verzekeraar onderbrengen.’

Als ze dat doen, zijn ze wel van een hoop gedoe af. Of de pensioenspaarders er op vooruit gaan, is een tweede. Het zijn namelijk diezelfde verzekeraars die ons massaal van woekerpensioenen hebben voorzien. De AFM deed er onderzoek naar en concludeerde eind 2009 dat van elke ingelegde euro bij een pensioenverzekeraar er maar 74 cent werkelijk belegd werd. De bedrijfspensioenfondsen deden het – met 87 cent per euro – beter. Virgin zet – met 99 cent per euro – echter een hele nieuwe standaard.

De hoge kosten zijn volgens Pama niet het enige manco aan ons huidige pensioensysteem. ‘Hetzelfde AFM-rapport laat zien dat maar 7 procent van alle pensioenfondsen voldoet aan de wettelijke eisen voor transparantie’, zegt hij. ‘Ons systeem is zo ingewikkeld geworden, dat het aan deelnemers gewoon niet meer uit te leggen is. En nu veel pensioenfondsen in de financiële problemen zijn gekomen, zijn ze bezig met een nog ingewikkelder stelsel. Ik zeg: stop ermee en begin helemaal opnieuw.’

Het systeem dat prijsvechters BeFrank, Brand New Day, Ohpen en waarschijnlijk nog een paar grote buitenlandse fondsbeheerders dit jaar in Nederland gaan introduceren is goedkoper, simpeler, maar zonder zekerheden. Als ze de benodigde AFM-vergunningen binnen hebben, gaan ze pensioenen aanbieden als die van Virgin. Goedkoop, transparant maar zonder zekerheden.

Volgens Chris Zadeh, directeur van Ohpen zijn de risico’s echter niet veel anders dan bij de pensioenfondsen nu. ‘Die bieden zogenaamd wel pensioenszekerheid’, zegt hij. ‘Maar telkens als de beleggingsresultaten wat tegenvallen, moeten ze daarop terugkomen.’ Volgens Zadeh gaan de nieuwe pensioenaanbieders het de grote logge fondsen heel moeilijk maken. ‘Die kostenpercentages die ze bij Aegon rekenen, zijn natuurlijk belachelijk. Het stomste wat werkgevers nu kunnen doen, is hun pensioengeld daarheen brengen.’

Ohpen neemt Robein over

Amsterdam & Den Haag, 10 december 2010 – Beleggingsinstelling Ohpen neemt de Haagse levensverzekeraar en vermogensbeheerder Robein over1. Met deze bundeling van krachten willen beide bedrijven een vernieuwing in pensioenland realiseren, door werkgevers en werknemers zelf aan het stuur te zetten van hun pensioen(regeling). “Gezamenlijk gaan wij een vernieuwend pensioenproduct aanbieden dat de pensioenmarkt gaat openbreken,” aldus Michel Vrolijk, directeur van Ohpen.

Door de overname is de combinatie Ohpen en Robein goed voor ruim 25.000 klanten en 800 miljoen euro aan beheerd vermogen. Beide afzonderlijke labels blijven bestaan met ieder hun bestaand productaanbod en blijven gevestigd op de huidige locaties Amsterdam en Den Haag. Daarnaast betreedt de combinatie de pensioenmarkt met een gezamenlijk innovatief pensioenproduct, dat zich in eerste instantie vooral richt op MKB-bedrijven met 50 tot 500 werknemers. “Door de samenwerking wordt het bedrijf in termen van aanbod, dienstverlening en financiële soliditeit een van de sterkste verzekeraars en beleggingsinstellingen van Nederland,” aldus Vrolijk.

Dus Fabius, algemeen directeur van Robein: “Aan de basis van deze overname staat een bundeling van competenties en gedeelde kernwaarden, zoals transparantie, lage kosten, kwaliteit en klantgerichtheid. Voor veel financiële instellingen zijn dit nieuwe thema’s, maar voor Ohpen en Robein zijn dit de basisbeginselen van onze bedrijfsvoering en onderdeel van ons DNA.”

Belang klant komt centraal te staan

Het belang van diegene die straks met pensioen gaat, de werknemer, staat in veel pensioenregelingen niet centraal. Met het gezamenlijke nieuwe pensioenproduct van Ohpen en Robein komt de werknemer meer aan het stuur van zijn eigen pensioen te zitten. “Zeker in deze onzekere markt is er een sterke behoefte om zelf online inzicht te hebben en keuzes te maken,” stelt Fabius. In veel gevallen is bij werknemers, werkgevers en pensioenuitvoerders niet bekend wat de werkelijke kosten zijn van een pensioen. En dat terwijl zowel werkgevers als werknemers steeds meer premie moeten betalen en de gemiddelde Nederlander de verwachting over de hoogte van zijn pensioen snel ziet teruglopen. “Een belangrijke oorzaak hiervan is dat bestaande pensioenaanbieders kampen met oude regelingen en verouderde processen en systemen, die de huidige ontwikkelingen van transparantie, individualisering en flexibiliteit volstrekt niet aankunnen,” aldus Vrolijk.

Persbericht 10 december 2010 Pagina 1 van 2Het nieuwe pensioenproduct dat Ohpen en Robein samen ontwikkelen, speelt wel in op die behoefte. Er blijft meer pensioen over door lagere tarieven, waarbij werknemers en werkgevers online en realtime inzicht hebben in hun pensioenopbouw en hierbij terzijde worden gestaan door specialisten. Volgens Vrolijk komt dit tegemoet aan de ontevredenheid onder werkgevers en werknemers over de dienstverlening van hun pensioenuitvoerder. “De combinatie Ohpen en Robein gaat zich in de pensioenmarkt inzetten voor datgene waar het om draait: zorgeloos genieten van de oude dag.”

1Overname geschiedt op voorwaarde van goedkeuring door De Nederlandsche Bank en advies van de Ondernemingsraad.

Over Ohpen

Ohpen is de enige beleggingsinstelling van Nederland zonder verborgen kosten. Ohpen stelt middels de Ohpen Planner voor iedere klant een portefeuille samen met een optimale verhouding tussen risico en rendement op basis van Nobelprijswinnende theorieën. Door deze zeer breed gespreide optimale portefeuille belegt de klant beter dan 95% van alle beleggers.

Ohpen heeft een volledig geautomatiseerd online platform ontwikkeld voor het uitvoeren, administreren en rapporteren van vermogensbeheer in beleggingsfondsen. Hierdoor kan Ohpen dit institutionele beleggingsproduct aanbieden aan particulieren. Meer informatie: www.ohpen.nl

Over Robein

Robein is sinds 1981 een financiële dienstverlener en biedt hoogwaardige en persoonlijke dienstverlening op het gebied van lijfrentes, vermogensbeheer en beleggen. Het bedrijf bestaat uit Robein Leven en Robein Vermogensbeheer. Met ruim 60 medewerkers behaalt Robein een jaaromzet van ongeveer 150 miljoen euro. Het totaal aan toevertrouwde middelen bedraagt ruim 750 miljoen euro.

Robein staat voor kwaliteit, lage kosten, persoonlijke dienstverlening en de hoogste klanttevredenheid. In het doorlopend consumentenonderzoek van vergelijkingssite Independer werd Robein zowel in 2008 als in 2009 verkozen tot best gewaardeerde levensverzekeraar van Nederland. Meer informatie: www.robein.nl

Vermogensbeheerder Ohpen lijft Robein in

Beleggingsinstelling Ohpen neemt de Haagse levensverzekeraar en vermogensbeheerder Robein Leven over van Van Lanschot Bankiers. De bedrijven willen samen een nieuw pensioenproduct ontwikkelen.

Beide afzonderlijke labels blijven bestaan met ieder hun bestaand productaanbod. Ze blijven tevens gevestigd op de huidige locaties Amsterdam en Den Haag.

De combinatie betreedt de pensioenmarkt met een gezamenlijk nieuw pensioenproduct. Door de overname is de combinatie Ohpen en Robein goed voor ruim 25.000 klanten en € 800 miljoen aan beheerd vermogen. 
Belang gepensioneerde
Het product richt zich in eerste instantie vooral richt op MKB-bedrijven met 50 tot 500 werknemers. In een toelichting zegt Chris Zadeh, directeur en oprichter van Ohpen, dat de pensioenproducten op het platform van Ohpen zullen komen.

‘Robein zal vooral de kennis inzetten op het gebied van vezekeringen, terwijl Ohpen meer gespecialiseerd is op het gebied van beleggingen, zegt de van Binckbank afkomstige directeur.

Robein is nu nog in handen van Van Lanschot Bankiers. De bank voor vermogende particulieren had de aandelen van Robein Leven in onderpand als krediet, en kreeg deze onbedoeld in bezit in augustus 2009. 

 De filosofie van Ohpen is dat het belang van diegene die straks met pensioen gaat centraal staat. ‘Met het gezamenlijke nieuwe pensioenproduct van Ohpen en Robein komt de werknemer meer aan het stuur van zijn eigen pensioen te zitten’, zegt Zadeh.

Online
In veel gevallen is bij werknemers, werkgevers en pensioenuitvoerders niet bekend wat de werkelijke kosten zijn van een pensioen. 

‘Terwijl zowel werkgevers als werknemers steeds meer premie moeten betalen en de gemiddelde Nederlander de verwachting over de hoogte van zijn pensioen snel ziet teruglopen’, zegt Zadeh.

Volgens Ohpen is een belangrijke oorzaak hiervan dat bestaande pensioenaanbieders kampen met oude regelingen en verouderde processen en systemen, die de huidige ontwikkelingen van transparantie, individualisering en flexibiliteit volstrekt niet aankunnen.
 
Het nieuwe pensioenproduct dat Ohpen en Robein samen ontwikkelen, speelt wel in op die behoefte. Er blijft volgens Zadeh meer pensioen over door lagere tarieven. ‘Daarbij vinden wij het belangrijk dat klanten altijd online en volledig transparant inzicht kunnen hebben in hun eigen pensioen’, zegt hij. 

De overname moet nog worden goedgekeurd door De Nederlandsche Bank. Ook moet de Ondernemingsraad nog advies uitbrengen. Zadeh zegt geen uitspraken te kunnen doen over de overnameprijs.

Robein Leven heeft 60 medewerkers en een jaaromzet van ongeveer 150 miljoen euro. Het totaal aan toevertrouwde middelen bedraagt ruim 750 miljoen euro.

Nieuwe vermogensbeheerder Ohpen wil markt open breken

Negen ex-medewerkers van BinckBank en een investeerder openen de aanval op de vermogensbanken. Het nieuwe Amsterdamse bedrijf Ohpen gaat vrijdag van start en wil met lage tarieven de markt open breken.

Chris Zadeh (34) komt uit de school van BinckBank, de Amsterdamse internetbeleggingsbank die de grote banken uitdaagde met lage prijzen. En dus heeft hij een afkeer van de grote banken. ”Ik kan niet tegen hun arrogantie”, zegt hij. Dus richtte hij Ohpen op, dat geld van particulieren beheert en belegt. Vermogensbeheer is in Nederland een zaak van grote banken als ING, ABN Amro, Rabobank en enkele kleinere en sjiekere partijen als Van Lanschot en Theodoor Gilissen.

Ohpen wil de markt openbreken met lage tarieven. Een klant is één procent van zijn ingelegd vermogen kwijt aan kosten. Volgens Zadeh is dat bij grote banken gemiddeld 3 procent. ”Waarom kunnen mensen wel goedkoop boodschapen doen bij Lidl, goedkoop reizen met EasyJet en goedkoop beleggen met BinckBank, maar nergens goedkoop hun geld laten beheren?”
Bovendien hanteert de nieuwkomer geen ondergrens: klanten kunnen zich al met één euro aanmelden. Traditionele vermogensbanken beginnen pas bij een paar ton.

Zadeh heeft acht ex-collega’s aangetrokken van BinckBank, grotendeels it-specialisten. Zij bouwden anderhalf jaar lang aan een online beleggingsplatform dat zoekt naar de ideale mix van risicovol en veilig beleggen, aan de hand van de wensen van de klant. Gebruikers geven hun inleg op, het gewenste eindbedrag en de periode waarin ze dat willen bereiken. De software stelt dan een pakket aandelen en obligaties samen en berekent de kans dat de klant het eindbedrag haalt. ”De software houdt ontwikkelingen bij en mailt de klanten als die iets moeten aanpassen”, aldus Zadeh.

Ohpen is opgezet met geld van investeerder Amerborgh. Investeerder Michel Vrolijk (49) van Amerborgh is ook zelf in het bedrijf gestapt. Hij verwacht dat Ohpen vooral mensen trekt met een vermogen van € 50.000 tot € 250.000. ”Als een bakker zijn zaak voor een paar ton heeft verkocht, wordt hij bij grote banken slecht behandeld, want hij heeft geen miljoen. Bij ons kan hij terecht.”
Volgens Vrolijk heeft Ohpen honderd miljoen aan belegd vermogen nodig om winst te draaien. Hij gaat uit van een termijn van drie jaar. ”We hebben achterstand omdat we onbekend zijn. Maar we hebben de tijd mee. Mensen vertrouwen de grote banken niet meer.”
Frank Bouman, woordvoerder van Theodoor Gilissen, stelt dat Ohpen niet veel goedkoper is. ”Onze kosten zitten ver onder de 3 procent en gaan ook richting één procent.” Hij wijst erop dat zijn bank, die voor mensen met een groot vermogen werkt, veel persoonlijk advies biedt.

KADER
Ohpen is de derde aanval op de grote banken vanuit de school van BinckBank. Eerst ging BinckBank zelf de strijd aan met de gevestigde orde door goedkoop beleggen via internet aan te bieden. Niet zo lang geleden kwam Brand New Day op de markt, een initiatief van BinkBank-oprichters Kalo Bagijn en Thierry Schaap. Dit bedrijf biedt goedkope verzkeringen. Ook de oprichters van Ohpen hebben gewerkt bij BinckBank.

Al deze aanvallen zijn geen toeval, zegt Jaap Koelewijn, hoogleraar bedrijfsfinanciering aan Nyenrode. ”Deze partijen stappen in een gat. De kosten van financiële dienstverlening zijn hoog en de toegevoegde waarde van vermogensbanken zijn niet altijd duidelijk. Het is heel goed dat daar iets gebeurt.” Hij wijst er op dat de initiatiefnemers geen wereldverbeteraars zijn, maar zelf ook geld willen verdienen. ”De nieuwkomers wekken heel goed de indruk goedkoper te zijn, maar dat zijn ze niet altijd. Ze spelen goed in op de publieke opinie.”
Koelewijn denkt dat er ook voor Ohpen markt is. ”Een nadeel is wel dat mensen moeilijk overstappen naar een andere financiële partij.”

Schretlen & Co staat bovenaan bij Private Banking

Rabodochter Schretlen & Co staat op een eerste plaats bij de waardering van private bankers. Dat blijkt uit het jaarlijkse InCompany 100-onderzoek. Hiervoor onderzocht Blauw Research voor Vondel Publications de aantrekkingskracht en reputatie van bedrijven, instellingen en organisaties in Nederland. Aan het online onderzoek deden 4.736 mensen mee, voornamelijk zakelijke beslissers.

Vorig jaar was in de categorie Private Banking nog een daling te zien van de cijfers. Dit jaar is sprake van een verrassend herstel. De klanten rekenen dus hun adviseurs niet af op de slechte beleggingsresultaten. Schretlen & Co stond al twee keer eerder bovenaan en behaalde dit keer een score van 7,46. Vooral in de categorieën `service` (7,75), `know how` (7,48) en `prijs` (7,22) scoorde het bedrijf goed.

Na Schretlen staan verder in de top: Theodor Gilissen Bankiers met een score van 7,09, Rabobank Private Banking 7,09, Van Lanschot Bankiers 6,81, ABN Amro Private Banking 6,74, ING Private Banking 6,64 en Insinger de Beaufort met een 6,58. De Rabo presteert het meest constant en staat al vijf jaar in de top-3 van de lijst.